Giselle Slotboom: ‘Van vier keer in de week trainen in Nederland ging ik naar twaalf keer in Amerika’

De combinatie van studeren en atletiek bedrijven in de Verenigde Staten heeft Giselle Slotboom, het 19-jarige talent van atletiekvereniging De Spartaan, goed gedaan. De uit Sassenheim afkomstige specialiste op de steeplechase en cross is er nu anderhalf jaar om fysiek en mentaal sterker te worden. Ze is even terug voor haar voorbereiding op het EK Cross voor junioren, zondag 9 december in het Hongaarse Boedapest.
Lees hier verder

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

  • Als deze dame ook maar een ietsje pietsje talent heeft, hoeveel begeleiding krijgt ze dan eigenlijk? Nu schieten de tranen toch enigszins in mijn ogen als ik lees dat zo iemand van 4 naar 12x trainen per week gaat en dan lees ‘Tijdens een wedstrijd liep ik een stressfactuur op. Ik heb drie maanden niet kunnen trainen.’ Je zou bijna gaan denken dat het moeilijk is om jeugd op te bouwen, maar dat is toch echt niet zo: afbreken is veel makkelijker.
    Stelletje amateurs! (Nee, dit keer niet bedoeld als compliment)

  • Michael. L

    @Ad:
    Je hoort wel vaker dit soort verhalen vanuit amerika… De vijver is veel groter, dus wordt er gewoon kei- en keihard getraint. De de toppers zijn het resultaat wat wij zien, maar hoeveel vallen er inderdaad niet af door blessures?
    Vraag is: Wat willen de amerikanen? Medailles op het hoogste niveau en dus andere kapot trainen, of een brede subtop neerzetten zonder de topresultaten?

  • Natan Reuter

    Spontaan begin ik te lachen als ik bovenstaande reacties lees.
    “Lopen in de Verenigde Staten is niet goed.” en “Atleten worden overtraind in de Verenigde Staten.” zijn aanvaarde uitspraken in de Belgische en Nederlandse loopwereld. Enerzijds komt dit natuurlijk van mensen die niet dicht genoeg bij de atleten staan om te weten hoe deze atleten aan de blessures komen. Anderzijds hebben critici op het Amerikaans ‘student-athlete systeem’ geen flauw benul waar ze over praten en zijn hun reacties gebaseerd op een stereotiep beeld dat niet klopt, althans tegenwoordig toch niet.
    De keuze die een student maakt om te lopen of beter gezegd, competitief uit te komen voor een bepaalde Amerikaanse universiteit, is exact hetzelfde als een club kiezen waarvoor je zal uitkomen. Als je geluk hebt, kom je terecht in een ‘systeem’ waarin de trainers weten wat ze doen, waarin je de juiste ondersteuning krijgt en waar je tijd krijgt om door te groeien. Indien je pech hebt kom je terecht in een club waar dit niet het geval is.. En laat ons eerlijk zijn, iedereen kent wel iemand of bepaalde clubs waar dit het geval is.
    Er zijn op dit moment genoeg (Belgische en Nederlandse) atleten die dit kunnen bevestigen. Zelf heb ik kunnen ervaren wat het is om in een systeem terecht te komen waar je niet de tijd krijgt om door te groeien, waar er niet gecommuniceerd wordt tussen trainer en atleet. De oplossing? Een transfer naar een andere universiteit. Ik kan u zeggen dat ik mij nu wel comfortabel voel in de manier van trainen, dat ik nu wel op een normale manier kan communiceren met mijn trainer, dat ik nu de resultaten lever die van mij verwacht worden.
    Wat veel mensen niet snappen is dat een atleet naar de Verenigde Staten vertrekt om er uiteindelijk (normaal gezien) beter/completer van te worden als atleet en mens. Anderzijds word je als atleet betaald (scholarship) om de universiteit op de beste manier mogelijk te vertegenwoordigen op wedstrijden, in de les, en in de gemeenschap. Als je als (betere) atleet dus meerdere wedstrijden moet lopen (wat Giselle moest doen), dan is het normaal dat je lichaam daar begint onder te leiden. In essentie is topsport of competitief uitkomen in een sport, roofbouw plegen op je lichaam.
    En na een heel seizoen van wedstrijden lopen, is het normaal dat veel atleten die terugkomen naar hun land van oorsprong om uit te komen op internationale kampioenschappen moe zijn, en minder presteren dan normaal gezien het geval zou moeten zijn.
    Alles hangt af van de keuzes die men maakt..

  • Toch twee Europeanen die zeer goed gepresteerd hebben die rechtstreeks uit de states kwamen. Voor Belgie Bouchichi die tweede werd bij de beloften. Had het verleden jaar ook heel moeilijk in zijn eerste jaar Amerika – is dat ook niet logisch. Ook de Brit die vierde werd bij de mannen kwam rechtstreeks van de states, heeft zelfs moeten blijven slapen op Schiphol. Had afgelopen onverwacht vroeg op het seizoen de olympische limiet gelopen – maar viel toen hij terugkwam geblesseerd uit – het is constant balanceren

  • Het is inderdaad een evenwichtsoefening.

    Maar het is wel zo dat in grote toplanden als de USA inderdaad het principe gehanteerd wordt van de massa waarin na hard trainen en (over)belasten toch steeds enkelen overblijven die ongeschonden de top halen. Dit is in kleine landen (gelukkig maar) niet mogelijk. Als je als atleet naar de USA trekt en meedraait met het sportsysteem, ben je allicht getalenteerd. Anders heeft het al geen zin. Maar verder is de kans even groot of klein dat je het sportief en medisch overleeft. Tenzij een atleet andere dan puur sportieve redenen heeft om zich voor te bereiden in de USA.

    Wat de vergelijking betreft die Natan Reuter maakt. Die vergelijking loopt mank. Een club hier vergelijken met een college of universiteit in de USA, is niet correct. Tenzij je als vrije student, op eigen kosten, (mee)traint in de USA. Laat je je ook financieel ondersteunen door een universiteit, dan zal je ook hun sportief programma moeten volgen en (soms te veel) wedstrijden moeten lopen. Iemand die hier op een verstandige manier een club of een trainer kiest, loopt dat risico veel minder.

  • Natan Reuter

    Beste Zoef,

    Misschien heb ik mij niet duidelijk genoeg uitgedrukt. De vergelijking die ik opmaak tussen club en universiteit klopt wel degelijk, maar benaderen we het beide vanuit een andere invalshoek.
    De vergelijking die ik maak, gaat over de bewuste keuze om voor een universiteit of club te kiezen in de zin dat wij ons baseren op bepaalde factoren die aantrekkelijk zijn voor een atleet.
    Factoren zoals: nabijheid, trainingsbegeleiding, aanwezige atleten, aanwezige budgetten, etc.
    Mijn punt is dat die factoren beïnvloedt worden door de manier waarop wij die factoren waarnemen en niet over de eigenlijke ondersteuning/faciliteiten (natuurlijk kan je die tussen een club en universiteit niet vergelijken).
    Waar het mij dus over gaat is dat de keuzes die wij maken, gemotiveerd worden door de (in ieders persoonlijke mening/indruk) positieve of negatieve factoren en dat ieder van ons wel is een ongelukkige keuze maakt.
    Verwijzend naar de club/universiteit keuze kunnen we dus zeggen dat bij eender welke, je in een situatie kan terechtkomen die je niet had voorzien. Zoals bij een slechte trainer terecht komen, of bij een trainer terechtkomen die niet de juiste keuze is voor jou of mij als een bepaald type van atleet of mens.