Laurien’s Multi Talk – Ronald Vetter, bondscoach meerkamp: ‘Meerkamp is het walhalla voor elke vakidioot’

Al 30 jaar is Ronald Vetter werkzaam als trainer/coach op verschillende onderdelen in de atletiek. Hij coachte alle onderdelen, van hoogspringen tot kogelslingeren. Voor langere tijd coachte hij alleen de werponderdelen. Op alle vier de werponderdelen heeft hij atleten opgeleid tot nationaal niveau. De bekendste hiervan zijn Lieja Tunks-Koeman en Ben Vet. In deze tijd was Vetter ook bondscoach kogel en discus. Nu is Ronald Vetter bondscoach meerkamp en is hij de trainer van succesvolle meerkampsters als Remona Fransen en Yvonne van Langen. Ook was hij de drijvende kracht achter de successen van Karin Ruckstuhl. Ronald beantwoordde een aantal vragen voor Multitalk:

Zoals de meeste trainers coachte Vetter naast een fulltime baan. “Ik was docent op het CIOS in Haarlem, wat natuurlijk een relatie heeft met sport.” Jonge, gemotiveerde mensen opleiden voor sport- en bewegingsactiviteiten heeft hij altijd met heel veel plezier gedaan. “Ik doceerde didactiek, inspanningsfysiologie, trainingsleer, conditietraining en natuurlijk atletiek.” Tijdens zijn periode als bondscoach van de werponderdelen hielp Vetter ook een aantal meerkampers met de werponderdelen. Eén van die atleten was Karin Ruckstuhl. “Met Karin heb ik de stap genomen om me volledig te richten op de meerkamp”. Na 25 jaar docent te zijn geweest kreeg de gepassioneerde coach de kans om fulltime te gaan werken voor de atletiekunie en hij greep die kans met beide handen.

‘Een walhalla voor elke vakidioot’ noemt Vetter het begeleiden van meerkampers. “Het is een echte uitdaging en je kunt er al je kennis en vaardigheid in kwijt. Van bewegingsleer, fysiologie, trainingsleer tot aan psychologie.” De puzzel van slim trainen en optimaal periodiseren is voor Vetter de grootste uitdaging. “En als het dan lukt om een atlete op zeven onderdelen, of een atleet op tien onderdelen, betere prestaties te laten leveren dan geeft dat enorme voldoening”.

Bij het maken van een dergelijk ingewikkeld trainingsplan houdt Vetter rekening met welke onderdelen bij elkaar passen en welke absoluut niet. Volgens hem zijn sprint en horden, sprint en ver, horden en ver en horden en hoog goed met elkaar te combineren. “Daarnaast is het onverstandig om hoog/ver/pols te combineren, tenzij de atleet voor één van die onderdelen een ander afzetbeen gebruikt”. Ook kogel en speer wordt door Vetter zelden achter elkaar in het programma gezet. “Verder is het essentieel dat je een atleet die vermoeid is geen snelheid of techniek laat trainen. En een uitputtende uithoudingstraining kun je het beste als laatste in de reeks zetten, vlak voor een rustdag”.

Volgens Vetter heeft de meerkamp een aantal sleutelnummers. Een atleet die snel is, kan hoog- of verspringen en kan speerwerpen, kan een goede meerkamper worden. De andere onderdelen zijn volgens de bondscoach relatief goed te ontwikkelen. “Uiteraard moet je wel op tijd beginnen (resp. D-C junioren) met hordelopen en polsstokspringen.” De ontwikkeling van de vier facetten van conditie (kracht, lenigheid, snelheid en uithoudingsvermogen) hebben volgens Vetter direct invloed op de technische ontwikkeling van de verschillende onderdelen. “Door een goed meerjarenplan kunnen de meeste onderdelen dan ook enorm verbeteren,” aldus de coach.

Welke training technische veranderingen moeten er worden doorgevoerd bij de jeugd om de ontwikkeling tot meerkamper te vereenvoudigen? “Wat ik graag zou zien, voor de algemene atletische ontwikkeling, maar zeker voor de meerkamp, is dat er meer werk gemaakt wordt van het

aanleren en toepassen van loopsprongen en hinken bij de jeugdtraining”. Ook het aanleren van halteroefeningen van de C en B-junioren moet volgens Vetter worden geïntroduceerd. ”Let wel, ik heb het over haltervaardigheid en niet over krachttraining”.

Wat is het verschil tussen zevenkamp- en tienkamptraining? “Uiteraard worden bij de tienkamp drie extra onderdelen getraind en zijn de wedstrijddagen langer. Toch is er meer verschil. De tienkampers eindigen de eerste dag met de 400m, tegenover de 200m van de zevenkamp. Dat vraagt langer herstel. En voor de 1500m zullen andere trainingsvormen moeten worden gedaan die nog meer afwijken van de andere onderdelen dan de 800m voor de vrouwen.”

De ingewikkelde puzzel die meerkamp is stopt niet bij het in elkaar zetten van het trainingsprogramma. Vaak wordt er gebruik gemaakt van meerdere coaches. “Ik zie liever één meerkampcoach voor alle onderdelen, maar er bestaat geen meerkamptrainer die op elk onderdeel de best mogelijke trainer is”. Vetter vindt het dan ook verstandig om steun te vragen van een specialistische trainer. De aanwezigheid van de hoofdcoach is daarbij wel belangrijk. “Het continue observeren van de sporter en bewaken van de belasting maakt een optimaal trainingseffect mogelijk.” Trainen je atleten dan nooit zonder jou? “Het komt wel eens voor dat de atleet zelfstandig moet werken, maar een atleet een trainingsschema meegeven is iets anders dan hetzelfde programma uitvoeren in de aanwezigheid van een coach.” Het verschil? “Stimuleren, afremmen, technische aanwijzingen en eventuele aanpassingen waardoor het trainingseffect hoger kan zijn!”

Waarom is meerkamp zo bijzonder? “Voor de meerkamp moet veel getraind worden, maar je krijgt er ook iets bijzonders voor terug. Tijdens een meerkamp heb je meerdere kansen om het beste uit jezelf te halen. Wanneer een onderdeel tegen valt kan dat worden gecompenseerd met een meevaller. Bij een wedstrijd of toernooi zit je direct in de finale, iedereen mag tot het einde meestrijden.” Doordat de wedstrijd twee dagen duurt, is de sfeer tijdens de wedstrijd bijzonder, vindt Vetter. “Kijk maar naar de gezamenlijke afsluiting na de 1500m of 800m.

Voor de komende 6 maanden heeft hij voor al zijn atleten per onderdeel en voor de verschillende aspecten van de conditie doelen geformuleerd. “Dat doe ik ook voor voeding, medische begeleiding en randvoorwaarden”. Het bereiken van deze doelen moet leiden tot persoonlijke records en deelname aan internationale wedstrijden. Het wereldrecord van Joyner-Kersee zit niet in de planning. “Dat record is van een andere wereld, ik ken op dit moment geen atlete die dit zou kunnen verbeteren”.

Atleten van Ronald Vetter:
Remona Fransen, 6198p
Yvonne van Langen, 6100p
Nadine Broersen, 5932
Myrte Goor, 5634p

Foto’s Ronald Vetter: Orange Pictures

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>