Laurien Hoos stopt met topsport: ‘Dat was het dan!!’

Ik heb op hier op LosseVeter al een tijd niks van me laten horen. En ook op mijn Facebook en Twitter komen de laatste tijd weinig atletiek gerelateerde berichten meer voorbij. Dat heeft een reden. En zoals jullie wel kunnen raden en zoals de titel al laat weten: ik stop met topsport.

De beslissing om te stoppen heb ik twee maanden geleden al genomen. Steeds vaker ging ik met tegenzin naar de training. Als ik er dan eenmaal was had ik het erg naar mijn zin, maar trainen zelf deed ik niet meer met plezier. De volle overgave, waarmee ik de afgelopen 10 jaar heb getraind, was helemaal weg. Steeds vaker vind ik andere dingen belangrijker dan atletiek. Ik wil op vakantie in de zomer in plaats van in oktober, ik wil geld verdienen zodat we leuke dingen kunnen doen, in plaats van geld bij elkaar “schrapen” om atletiek te kunnen bedrijven, ik wil de verjaardagen van familie niet meer missen omdat ik op trainingsstage of bij wedstrijden heb, ik wil kerst met mijn familie vieren en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Uiteraard hebben mijn blessures hier alles mee te maken. Het duurde twee jaar voordat de kniepeesontsteking, die mij parten speelde in Peking , volledig genezen was. Tijdens de trainingsperiode die volgde pushte ik mezelf zo hard dat ik overtraind raakte en ook dat duurde een half jaar. Inmiddels is er dus ook nog een hernia bij me vastgesteld. De MRI die de radioloog heeft gemaakt van mijn rug laat een kleine hernia zien die aan beide kanten op de zenuwwortel drukt. Hier is op zich wel mee te sporten. Maar hoe harder ik train, hoe meer last ik heb.

Door deze blessures heb ik de afgelopen 3 jaar geen zevenkamp kunnen draaien. En dat is toch waar ik het allemaal voor doe. Ik heb nooit het gevoel gehad dat ik iets moest opofferen om te kunnen trainen. Ik maakte bepaalde keuzes voor atletiek en ik heb er nooit spijt van gehad. Maar de laatste tijd veranderde dat gevoel; het werden wel opofferingen. Ik heb altijd tegen mezelf gezegd dat als het zou gaan voelen als een opoffering dat ik mijn spikes aan de wilgen zou hangen. En door eerlijk tegen mezelf te zijn heb ik die knoop nu dus ook doorgehakt.

Rest mij nog een aantal mensen te bedanken. Allereerst mijn ouders die me met de sport in contact hebben gebracht. Zij waren degene die altijd met me meegingen en altijd achter me stonden. Zonder hun betrokkenheid was ik nooit zover gekomen. Mijn zusje, mijn beste vriendin en grootste fan. Mijn broer, die, ondanks dat hij niet van atletiek houdt, mij op een groot scherm zette middenin een nachtclub tijdens mijn Olympische hordenrace. Peter Winkel, die als een tweede vader voor me was en me de basis van de meerkamp heeft meegegeven. Hans Arnhard nam me als klein meisje onder zijn hoede wat betreft de werponderdelen en ik groeide uit tot één van de beste werpsters ter wereld binnen de meerkamp. Arno Mul, jarenlang mijn verspringtrainer en coach tijdens wedstrijden. Jean Paul Bourdon die me heeft opgevangen in Frankrijk. Door Joe Sweeney groeide ik uit van nationaal atlete naar internationaal niveau. Hij is de grootste invloed geweest op mijn gouden medaille tijdens de EK<23 en mijn deelname aan de Olympische Spelen. Hij is niet alleen een fantastische coach en trainer, maar ook één van mijn beste vrienden en een geweldig mens. Zonder hem was ik in 2004 al gestopt met atletiek. Vince de Lange gaf me na alle blessures nog een kans om me te kunnen richten op atletiek. Hij zorgde dat alles in Apeldoorn werd geregeld zodat ik in de juiste omgeving mijn sport kon beoefenen. En Natuurlijk Rudy, die altijd achter me staat, bij alle keuzes die ik maak.

Naast familie en trainers zijn er natuurlijk een aantal sponsors waar ik niet omheen kan. Dankzij de Stichting Atletiekstad Apeldoorn heb ik toegang gehad tot het Omnisport en ook zorgden zij voor een masseur: Theo Bosch, die altijd voor zijn atleten klaarstaat. Dankzij Adidas heb ik altijd de juiste kleding en schoenen gehad om op dit niveau te kunnen presteren. Sinds 2004 werd ik financieel ondersteund door Bouwbedrijf De Nijs in Warmenhuizen en daar kwam dit jaar LosseVeter bij. Dankzij deze twee zeer betrokken bedrijven /websites heb ik financieel het hoofd boven water kunnen houden. Ik ben iedereen hierboven zeer dankbaar en zal nooit vergeten wat ze voor mij hebben gedaan.

Mensen zullen me gaan vragen wat het mooiste is dat ik heb gedaan of waar ik het meest trots op ben. En hoewel iedereen verwacht dat het een atletiekprestatie zal zijn, zoals mijn gouden medaille in Erfurt of deelname aan de Olympische Spelen, is dat niet het antwoord dat ik zal geven. Het allermooiste dat ik heb meegemaakt is het reizen naar verre landen, het leren kennen van nieuwe culturen en het maken van nieuwe vrienden. Ik heb door atletiek Rudy leren kennen. We zijn inmiddels al bijna 7 jaar samen en we hebben veel plannen voor de toekomst. Daarnaast heb ik heel veel vrienden gemaakt en kan ik naar Nieuw-Zeeland, Australië of Zuid-Afrika op vakantie gaan en wetende dat ik altijd ergens terecht kan. Ik ben een vrouw van de wereld geworden en dat vind ik het meest waardevolle van topsport. Daarnaast ben ik blij dat ik altijd mijn hart heb gevolgd. Mijn trainerskeuzes werden niet altijd gewaardeerd, maar ik ging ermee door omdat het goed voelde. Ik verhuisde naar Frankrijk omdat dat de juiste keuze leek. Ik kan tegen mezelf zeggen dat ik geen enkele spijt heb van de keuzes die ik heb gemaakt en daar ben ik erg blij mee.

Wat nu? Ik ga weer studeren. Ik wil eindelijk een studie afmaken, iets waar ik de afgelopen 8 jaar gewoon geen tijd voor had. Daarnaast zal ik werk moeten vinden. De afgelopen twee maanden ben ik erachter gekomen dat dit niet zo makkelijk is. Ondanks de opgedane ‘topsportcompetenties” zijn bedrijven vooral geïnteresseerd in diploma’s en ervaring, en die twee dingen heb ik gewoon nog niet.

Wel ben ik het komende jaar waarschijnlijk een paar keer te horen op Eurosport. Mijn debuut, de tweede dag van de WK, is mij goed bevallen en ik heb er ook veel leuke reacties op gekregen. Ook wil ik als freelancer teksten gaan schrijven en journalistieke opdrachten gaan doen. Dit plan is nog pril en ik moet er nog aan werken, maar ik wil iets met taal doen, dat is waar ik goed in ben.

En hoewel ik dus stop met topsport zal ik nooit stoppen met sporten. Ik ga andere sporten proberen, dingen die ik nooit deed vanwege het blessuregevaar. Ik wil gaan tennissen, skeeleren, en op wintersport. Ik zal ook wel blijven hardlopen en fitnessen, maar niet meer zo fanatiek als afgelopen jaren en zeker niet zo vaak.

Liefs Laurien


Foto: London Loy

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

  • Veel succces in Life 2.0!

    Shameless plug:
    Met zo’n atletiek achtergrond, talent, en die blessures…overweeg eens langlaufen? Bijna blessurevrije sport.
    Er is een sprint discipline, je bent dan ~3 minuten bezig per heat, inclusief herstelmomenten in bochten en afdalingen. Héél explosief en technisch.

  • Michiel Löschner

    Spontaan en tegelijk zo bewust keuzes maken… Dat gaat vast ook goed komen met de volgende stappen. Geniet van de nieuwe mogelijkheden, ook qua sporten! En wie weet nog eens tot ziens op de atletiekbaan..

  • Hi Laurien,
    Ik was verrast te lezen dat je stopt! Het is een weloverwogen besluit lees ik. Goed verhaal met veel dank en respect voor je omgeving, fijn dat je dat doet :-)Ik wijs op eventueel steun van NOC*NSF in deze fase, wellicht Goud op de wervloer.
    Bedankt voor je inzet en prestaties in de atletiek!

  • Beetje terzijde: de zevenkamp is wel een boek met juichende én dramatische hoofdstukken. Karin van meerkamp naar verspringen naar stoppen in 2011, Laurien van meerkamp naar blessures naar stoppen in 2011. Jolanda gaat ook niet allemaal van een leien dakje, maar daar is hoop. En bij de stijgende lijnen van Dafne, Remona en Nadine is er zeker hoop.
    Maar minder drama zou best mogen.

  • Kees Sluys

    Die blessures; om gek van te worden.
    Ik was in 2005 aanwezig bij haar internationale doorbraak. ‘Sie kann es selbst nicht glauben,’ riep de speaker in Götzis na haar fraaie 23.97 op de 200 meter. ‘Congratulations, Laurien!’
    Te lezen in mijn boek ‘Snel, Hoog, Ver’, waarvan nog diverse exemplaren te koop zijn bij De Slechte, à 4.99 euro.

  • Ik had altijd gedacht dat meerkamp(st)ers wel een tijdje meekonden, juist omdat ze zo breed kunnen en moeten trainen. Terugkijkend in de tijd blijken ze na een lange aanloop maar heel kort mee te gaan, duidelijk minder dan 800m lopers of marathonlopers.
    Hoe zou dat komen?
    Op deze manier hebben we wel feel influx van talent nodig om steeds iemand aan het front te hebben. Het lijkt wel kanonnenvoer :(.

  • Hoi Ad, Ik snap dat je dat denkt. Laat me eens uit leggen hoe ik over de meerkamp en blessures denk.
    Ten eerste train je natuurlijk breed, je moet immers alle onderdelen beheersen ,maar daar ligt juist ook het probleem, want je moet al die onderdelen trainen en daar is eigenlijk geen tijd voor. Zoals Toni Miniciello (coach Jessica Ennis) al zei, je bent als eerste op de baan en gaat als laatste weg. Er is dus veel belasting op het lichaam vanwege alle onderdelen die getraind moeten worden, maar ook vanwege de tijd die daar voor nodig is. Daarnaast moet je ook nog eens op al die onderdelen op het juiste moment in vorm zijn. Ik neem als voorbeeld even de sprint. Als wedstrijd voorbereiding doe je misschien een keer 3x30m vliegend. Een meerkamper doet dat ook, maar daarnaast ook nog eens de specifieke voorbereiding op de andere onderdelen. De verhouding arbeid/rust is heel moeilijk te vinden. De training is dus niet alleen maar breed, maar kan in bepaalde periodes heel specifiek zijn en juist dan ben je vatbaar voor blessures en ziekte. Ronald Vetter zei gister tegen mij: eigenlijk is het gekkenwerk, maar wel heel leuk. En dus ook heel blessure gevoelig.
    Als je kijkt bij de verschillende onderdelen zie je eigenlijk altijd een beetje dezelfde soort atleten (met dezelfde bouw bedoel ik), sprinters zijn, op Bolt na, relatief gezien hetzelfde gebouwd. kogelstoters ook, en hoogspringers ook (uitzonderingen daar gelaten). En je ziet dan ook een beetje dezelfde blessures terugkomen per onderdeel. Het is immers dezelfde beweging en dus relatief eenzijdige belasting. Een sprinter zal weinig geblesseerd zijn aan zijn pols, en een werper zal niet zo snel zijn hamstring scheuren. Bij meerkamper zie je van alles. Groot, klein, breed, slank, atleten die het meer van kracht moeten hebben, echte sprinters, technici enzovoorts. Je ziet dus ook veel verschillende soorten blessures. Mijns inziens omdat sommige atleten minder goed gebouwd zijn voor bepaalde onderdelen en dus daar hun zwakte qua blessures ligt.
    Hoe hoger het niveau is dat je wilt halen, hoe harder/slimmer/beter je moet trainen. En dat neemt het risico van blessures mee. Nu is dat natuurlijk bij alle onderdelen het geval. Als je bij meerkamp ergens geblesseerd raakt en je gaat anders trainen is de kans heel groot dat je een ander deel van je lichaam overbelast. De zoektocht naar die balans is heel moeilijk en kan niet elke lichaam aan. Carolina Kluft kon jaren achter elkaar heel hard trainen. Haar lichaam kon die harde arbeid hebben . Heeft haar coach dan goed opgelet? de zusjes Kallur zijn wel heel vaak geblesseerd en trainen bij dezelfde coach. Ieder lichaam is anders. De stand van mijn wervel en de belasting van de meerkamp hebben er denk ik voor gezorgd dat de tussenwervelschijf er nu tussenuit wordt gedrukt. Was dat ook gebeurd als ik niet had gesport, of als ik één onderdeel had getraind. We zullen het nooit weten, maar feit blijft dat het wel is gebeurd en ik deed meerkamp.
    meerkampers trainen dus breed, maar dat is vanwege het aantal onderdelen die we beoefenen, niet vamwege het feit dat we minder specifiek trainen.

  • @Laurien, Bedankt voor de uitgebreide toelichting. Dit geeft mij iets meer inzicht en mogelijke verklaringen maar nog niet meteen een beeld van hoe dit te voorkomen. Er zijn wel meerkamp(st)ers die dit lukt, maar dat kan voor een deel inderdaad genetisch geluk zijn.
    Uit je uitleg maak ik ook op dat het belangrijk is om 1 trainer te hebben die de draad in de gaten houdt qua belasting van de diverse onderdelen. Zomaar met een groepje trainers werken vergt teveel zelfdiscipline lijkt me.
    Voeding voor wat denkwerk.

  • Frank Koopmans

    Een paar jaar geleden droomden we over het moeten selecteren voor de Spelen… Dat lijkt voorlopig even van de baan, al zitten we als klein atletiekland nog steeds goed in de meerkampsters. In dat verband is de vraag van Ad wel een interessante.

    En hoeveel meerkampsters zouden we over houden als de vrouwen ook een tienkamp moeten doen? Zijn er verschillen in belastbaarheid en trainingswijze tussen vrouwen en mannen (Testosteron?)? Ligt de basisvoorwaarde voor blessurepreventie niet in kracht? Of is het toeval, dat een geblokte superallrounder als Sebrle langer meegaat dan minder gespierde collega’s met wisselender puntenaantallen?