Zoektocht naar de perfecte sprong: Denise Groot en Wout van Wengerden

Ze waren beiden zestien toen ze naar Limburg verhuisden om hun leven te weiden aan de polsstok. Ze hebben dezelfde trainer, dezelfde gastouders en ze hebben Rens Blom. En als dat nog niet genoeg is, hebben Denise Groot (18) en Wout van Wengerden (21) nog elkaar om erachter te komen hoe ze de hoge verwachtingen kunnen waarmaken.

Het gebeurt gebeurt eigenlijk nooit dat Wout van Wegenden en Denise Groot niet weten waar ze over moeten praten als ze samenzijn. Het leven aan de rand van de polsstokbak is zo complex dat ze bijna doorlopend op zoek zijn naar oplossingen. Geen technisch detail blijft onbesproken in hun zoektocht naar de perfecte sprong. Doorgaans is het Van Wengerden die in de huid kruipt van de ervaren leermeester. Hij is drie jaar ouder dan Groot en heeft al meer meegemaakt. „We kunnen altijd bij elkaar terecht met vragen. Ik praat met Denise over hoe ze kan omgaan met wedstrijdspanning. Maar ik zeg haar niet alles. Denise moet soms tegen de lamp oplopen. Dat is goed voor haar ontwikkeling”, plaagt Van Wengerden.

Aan zelfvertrouwen hebben de 18-jarige Groot en de 21-jarige Van Wengerden geen gebrek. Zonder schroom praten ze over hun ambitie om zich te kwalificeren voor de Olympische Spelen van 2012 in Londen. De weg ernaartoe is vastgelegd in een plan dat is opgesteld door bondscoach George Friant en clubgenoot en voormalig wereldkampioen Rens Blom. Dat Groot en Van Wengerden de nieuwe boegbeelden van het Nederlandse polsstokhoogspringen moeten worden, daar twijfelt niemand aan in het nationale polsstokbastion in Sittard. Zij zelf niet in het minst. Van Wengerden: „We zijn nog geen boegbeelden, maar ik denk wel dat we het kunnen worden.” Groot: „Ik houd er niet van om van de daken te schreeuwen hoe goed ik wel niet ben. Ik heb mijn eigen doelen en ik heb het volste vertrouwen dat ik ze ook zal halen.”

NK senioren
Het eerstvolgende doel van Groot is het NK indoor dat vandaag en morgen wordt gehouden in de nieuwe accommodatie in Apeldoorn. Nadat ze vorige week in dezelfde hal, in een persoonlijk record van 4.02 meter, al de titel veroverde bij de A-junioren, verheugt Groot zich bij de senioren op een echte wedstrijd. Met veelvuldig kampioene Rianne Galiart en Yvette Caldenhove treft ze twee atletes die vooralsnog hoger springen. „Het NK voor junioren voelt voor mij niet meer als een NK. Mijn eerste sprong was vorige week meteen goed voor de titel. Bij de senioren kunnen we elkaar lekker opjutten. Maar voor mij blijft de hoogte het allerbelangrijkste. Ik spring liever 4.20 meter zonder medaille dan dat ik goud win met 4.02”, aldus Groot.

De van een liesblessure herstellende Van Wengerden komt niet in actie. Hij zal Groot vanaf de tribunes volgen en haar zo nodig voeden met aanwijzingen. Een fitte Van Wengerden had in Apeldoorn aanspraak gemaakt op goud. Zowel in zaal als buiten verpulverde hij vorig seizoen zijn persoonlijke records. Nadat hij op de FBK Games in Hengelo al 5.50 meter had gesprongen, bleef de lat in Helmond liggen op 5.55 meter. Van Wengerden is ervan overtuigd dat het slechts een tussenstap is naar meer. De in Monnickendam opgegroeide atleet is vastbesloten om uit de schaduw te treden van zijn grote voorbeeld Rens Blom. „ Ik word nu nog vaak in één adem genoemd met Rens. Maar ik hoop dat er een moment komt dat anderen zich aan mij gaan spiegelen. Ik wil de nieuwe topper worden.”

De weg naar de top die Van Wengerden en Groot bewandelen, vertoont veel gelijkenissen. Zestien waren ze beiden toen ze vanuit Noord-Holland naar Limburg verhuisden om er te kunnen trainen in de nationale polsstokschool van atletiek-vereniging Unitas. Voormalige turnster Groot en Van Wengerden maakten er kennis met drie mensen die hun leven nog elke dag bepalen. Unaniem prijzen ze de verdiensten van George Friant, de Belgische bondscoach van de Atletiekunie. Groot: „Ik kan het ont-zettend goed met George vinden. Op dit moment is hij de man die ik nodig heb.”

Van Wengerden: „In de vijf jaar dat ik met hem werk heb ik George ten goede zien veranderen. Hij staat nu meer open voor samenwerking. Hij durft het aan om een stapje terug te zetten en zijn kennis ergens anders vandaan te halen. Ook Rens Blom geniet bij de twee polsstoktalenten veel aanzien. Van Wengerden: „Ik heb Rens gevraagd om mij met een aantal dingen te helpen. Ik vind George een topcoach, maar twee weten meer dan een.

Een voormalige wereldkampioen die vijf minuten bij mij vandaan woont: ik zou gek zijn als ik daar niet van zou profiteren.” Groot: „Toen ik pas in Sittard trainde, keek ik enorm op tegen Rens. Wout en ik hebben hem tot de laatste snik proberen te steunen. Overal zaten wij op de tribune. Wij wilden er zijn voor hem op de momenten dat hij het moeilijk had. Ik denk dat Rens dat gewaardeerd heeft.”
Spelen Blom en Friant een belangrijke rol in hun sportieve ontwikkeling, de warmste gevoelens koesteren Groot en Van Wengerden voor Klaas en Ien Pollema, de gastouders die er altijd voor hen zijn. Ook al woont Van Wengerden sinds kort zelfstandig en volgt Groot binnenkort dezelfde weg, de band met de Pollema’s is voor eeuwig. Van Wengerden: „Klaas en Ien volgen ons zo intens dat ik hen bijna altijd als eerste bel als ik goed heb gesprongen. Ik beschouw hen niet als plaatsvervangende ouders, maar als echte vrienden.” Groot: „Toen ik vorig jaar op het WK voor junioren in Polen de
aanvangshoogte niet haalde, heb ik uitgehuild in de grote armen van Klaas. Klaas en Ien zijn echt super.”

Hoewel ze veel gemeen hebben met elkaar, beleven Van Wengerden en Groot hun sport elk op hun eigen manier. Hij extrovert en goed van de tongriem gesneden. Zij vastberaden, maar ingetogen. Van Wengerden: „Ik sta graag op de voorgrond. Op de baan zoek ik altijd de interactie met het publiek. Dat is een kwestie van zelfvertrouwen. Ik voel me thuis in het atletiekcircuit. Dat is teslotte de wereld waarin ik ben opgegroeid. In een discotheek zou ik me lang niet zo op mijn gemak voelen”.
Groot: “Ik sluit me tijdens wedstrijden juist afvoor invloeden van buiten af. Ik kan me enorm focussen.
Zoek in de tribune alleen contact met de mensen die op dat moment belangrijk voor me zijn”. De uit Edam afkomstige Groot valt niet alleen op door haar prestaties. Met haar ravissante verschijning zou ze ook op de catwalk niet misstaan. Van Wengerden:”Denise heeft flair. Ze heeft zoveel uitstraling dat ze vanzelf opvalt op de atletiekbaan”.

Groot wil zich echter op de eerste plaats onderscheiden door zo hoog mogelijk te springen. “Op de trainingen ga ik al over 4.20 meter. Als ik in de zomer 4.40 haal, doe ik op het EJK in Novi Sad mee voor de medailles. Het polssokhoogspringen bij de vrouwen is nog in volle ontwikkeling. Er is meer dan alleen Jelena Isinbajeva. Achter haar zit een grote groep die richting de 5 meter gaat. Dat niveau hoop ik over een paar jaar ook te halen”.

Tekst: Patrick Delait
Bron: De Limburger

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

  • Weia Reinboud

    Graag de titel verbeteren, in het artikel staat het goed: Denise Groot (zonder ‘de’). En geef weiden dan meteen een lange ij. Groeten,