In navolging van De Wereld Draait Door gebruiken we de beroemde Apple-reclame met de slogan ‘Think Different’ als leidraad voor de selectie van de 17 mooiste olympische atletiekmomenten. Het leverde een groot aantal zéér interessante reacties op. Het werd meteen al duidelijk dat het bijna een onmogelijke taak wordt om hier een goede selectie uit te maken. Elke prestatie kent zijn eigen verhaal en het ene verhaal doet niet onder voor het andere. Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat om het plezier van het selecteren en de discussie die elke toevoeging en aanpassing met zich mee zal brengen. Komende periode zullen we wekelijks een persoon vragen om één naam uit de lijst te halen en te vervangen door een andere. We hebben Ysbrand Visserbereid gevonden de aftrap te doen.

Ysbrand Visser (1961) is 25 jaar werkzaam voor het maanblad Runner’s World en was 15 jaar lang atletiekcommentator voor Eurosport. Hij werd twee keer Nederlands kampioen op de 110 meter horden (1984, 1988) en dook op die afstand in 1988 als eerste Nederlander onder de 14 seconden (13.96).

Zo, dat is geen sinecure. In het rijtje van zeventien ‘mooiste olympische atletiekmomenten’ staan vrijwel alle prestaties bij elke atletiekfan meteen op het netvlies. Welke zou er dan moeten afvallen? Gaat het om ‘different winnen’ of toch ook om die mooie momenten?

Zo is Derek Redmond geen winnaar, maar zijn optreden in de halve finale (400 meter, 1992) is wel een moment dat de allerdiepste essentie van de Spelen raakt. In elke overzichtsfilm hoort dit shot thuis. Het goud van Ellen van Langen is er absoluut ook een om nooit te vergeten, maar wel nationaal gekleurd en bovendien niet baanbrekend. Dat lijkt de prestatie van Kevin Young wel, maar ik sta nu nog met mijn oren te klapperen en geloof het nog steeds niet. Dus waar ik eerst Redmond wilde schrappen (geen winnaar), kies ik toch voor Young. Misschien komt iemand anders dan nog op de proppen met een veel grotere hordenheld: Edwin Mozes.

Wat me in eerste instantie te binnenschiet om aan de lijst toe te voegen, zijn legendarische overwinningen waar ik bij aanwezig mocht zijn. Maar objectief is dat niet. Toch sta ik zeker niet alleen bij het noemen van het hoogtepunt van het grootste fenomeen van de afgelopen twintig jaar: Haile Gebrselassie en zijn zege op de 10.000 meter (Sydney 2000) tegen Paul Tergat. Dat moment, ook door Gebrselassie zelf als climax gezien, staat echter al in het rijtje. Je zou je overigens ook kunnen afvragen of dit wel zo’n revolutionaire overwinning is. En kun je dan de medailleregens van zijn voorlopers Paavo Nurmi en Emil Zatopek wel negeren?

Grensverleggend was wel de 19.32 van Michael Johnson, maar ik moest juist toen in een megabunker onder de grond van Atlanta (1996) verslag doen, in plaats van in het stadion. Voorts heeft Usain Bolt de atletiek nog meer een gezicht gegeven dan Johnson, maar de Jamaïcaan heeft zijn grenzen toch vooral verlegd bij een WK (Berlijn 2009).

Elke Olympische Spelen culmineren steevast in een wereldwijd aanschouwde ‘finale’, de marathon. Dat zegt veel over de importantie van dit loopnummer. We hebben dat te danken aan de overwinning van Spiridon Louis in de Olympische marathon van 1896 (Athene).

Het was nota bene de wedergeboorte van de Olympische Spelen die de aanleiding vormde voor het ontstaan van de marathon. Met dank aan wat historisch gegoochel van een vriendje van Baron Pierre de Coubertin, ene Michel Bréal, en een greep uit de militaire overlevering. Sinds diens samensmelting van enkele verhalen uit de oudheid wordt steevast verteld dat Pheidippides van Marathon naar Athene liep en daar prompt dood neerviel. Terwijl het hier om een onbekende boodschapper ging en Pheidippides bekend is van een monstertocht van Athene naar Sparta. Vandaar dat daar standbeeld in Sparta staat. Kan die eeuwige fout komende zomer eens achterwege blijven? En is dit niet een fijn historisch verhaal bij ‘zomaar’ een atletiekonderdeel?

Er is echter meer. De belangrijkste reden dat ik juist kies voor Spiridon Louis en zijn Olympische marathonzege is niet omdat hij zo’n groot atleet was. Toch geef ik het je het te doen, 2.58.50, in die tijd. Het belang van zijn race is echter niet te onderschatten en heeft zelfs de doorslag gegeven voor het wijdverbreide succes van die eerste moderne Olympics.

Het was vooral deze, door de Grieken luid bejubelde overwinning, in een meer dan volgepakt en overkokend stadion, die ervoor zorgde dat de marathon én daardoor de Spelen een blijvend onuitwisbare indruk maakten. Daar waren alle scribenten uit die (en latere) tijd het over eens. Juist aan die race heeft de sport haar belangrijkste mondiale speelplaats overgehouden: de Games. En kijk nu eens hoe de marathon het aanzicht van de atletiek bijna wekelijks bepaalt! Dat was zonder dat eerste succesvolle debuut in Athene nooit gelukt.

Spiridon Louis
Zijn finish als winnaar van de eerste Olympische marathon (Athene, 1896) was het fabuleuze hoogtepunt van de eerste moderne Olympische Spelen en bezorgde die Spelen én de marathon een glorieuze toekomst.

Hieronder de bijgewerkte lijst van 17 en de video met de eerste 17 atleten

Spiridon Louis
Zijn finish als winnaar van de eerste Olympische marathon (Athene, 1896) was het fabuleuze hoogtepunt van de eerste moderne Olympische Spelen en bezorgde die Spelen én de marathon een glorieuze toekomst.

Bob Beamon
Vergaarde eeuwige roem bij de Olympische Spelen van 1968 met een voor die tijd onvoorstelbare vertesprong van 8,90 m.

Dick Fosbury
‘Het gaat toch vooral om “win different”! Dan lijkt me Dick Fosbury wel een heel mooi en duidelijk voorbeeld.’

Fanny Blankers Koen
Londen 1948 = 4 x goud

Carl Lewis
1984, 1988, 1992, 1996 = 9 x goud (100m, 200m, 4 x 100m, verspringen)

Usain Bolt
Beijing 2008 = 3 x goud : 100m, 200m, 4x100m

Dave Wottle
‘Toerist met eindsprint’, 1972 München, 800m goud

John Carlos en Tommie Smith
‘De blackpower salute van John Carlos en Tommie Smith. Alles wat daar voor stond en alles wat daar in mee ging moet zonder twijfel een van de grootste olympische momenten zijn geweest.’

Haile Gebrselassie
‘Een van de bloedstollendste races is Gebrselassi met Tergat’

Wilma Rudolph
‘Echt different, van kinderverlamming naar Olympisch sprintgoud in 1960. Haar geschiedenis staat tamelijk uitvoerig beschreven in het zeer aardige “De snelheid van vrouwenbenen” van ene Jan Ros.’

John Akii Bua
‘John Akii Bua op de spelen van München ’72, een man met een zeer indrukwekkend verhaal loopt een wereldrecord op de 400 horden vanuit baan 1. Hij pakt hiermee het eerste goud voor een Afrikaan bij een afstand korter dan 800m maar kan door de tragische, politieke, omstandigheden in zijn thuisland, Uganda, die prestatie nooit meer herhalen.’

Derek Redmond
Barcelona (1992), 400m
Raakt geblesseerd tijdens de race maar is vastberaden de finish te halen, ‘true olympic spirit’

Abebe Bikila
Olympisch marathongoud op blote voeten in Rome (1964)

Al Oerter
‘Oerter werd bekend als eerste atleet die erin slaagde om bij vier verschillende Spelen de gouden medaille in de wacht te slepen. Na hem werd dit wapenfeit slechts geëvenaard door zijn landgenoot Carl Lewis bij het verspringen.’ (Wikipedia)

Jesse Owens
Vier keer goud in Berlijn (1936) tijdens het nazibewind

Billy Mills
Goud op de 10.000m in Tokyo (1964)

Ellen van Langen
Goud op de 800m in Barcelona (1992)

Afvallers

Kevin Young (Ysbrand Visser)
‘Als er iemand different won, dan is hij het wel. Als enige ooit onder de 47sec op de 400mh en hij liep in die race 2×12 pas!!! Hij werd Olympisch Kampioen in Barcelona 1992.’