In navolging van De Wereld Draait Door gebruiken we de beroemde Apple-reclame met de slogan ‘Think Different’ als leidraad voor de selectie van de 17 mooiste olympische atletiekmomenten. Het leverde een groot aantal zéér interessante reacties op. Het werd meteen al duidelijk dat het bijna een onmogelijke taak wordt om hier een goede selectie uit te maken. Elke prestatie kent zijn eigen verhaal en het ene verhaal doet niet onder voor het andere. Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat om het plezier van het selecteren en de discussie die elke toevoeging en aanpassing met zich mee zal brengen. Komende periode zullen we wekelijks een persoon vragen om één naam uit de lijst te halen en te vervangen door een andere. Ysbrand Visser deed de aftrap. Hij geeft het stokje door aan Paul Wernert.

Paul Wernert is sinds mensenheugenis als trainer verbonden aan Haag Atletiek. Momenteel traint hij onder andere Esther Dankwah. Ook is Wernert begeleider van de Ghanese 4x100m vrouwenploeg. In het verleden heeft Wernert atleten als Pascal van Assendelft, Anjolie Wisse, Kristel Spierenburg, Stella Jongmans en José van der Veen begeleidt.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen, want hierover ben ik zeker, Billy Mills gaat van deze lijst.

Zijn overwinning op de 10 km in 1964 was een grote verrassing, de laatste 100 m was waanzinnig spannend, misschien wel spannender dan die tussen Gebrselassie en Tergat en op de achtergrond is zijn afkomst als Oglala Lakota-indiaan en zijn zware jeugd, al vroeg wees, ook bijzonder.

Dat laatste komt volop aan bod in een film, “Running brave”, die over zijn leven is gemaakt, van zijn jeugd tot aan zijn olympische overwinning. Zo’n film over een jongen, die de American Dream verwezenlijkt, met een paar van die traanmomentjes, een mooie, meelevende vriendin op de tribune en zo’n coach, die regelmatig veelbetekenend voor zich uit blikt. Een beetje klef eigenlijk. En ik kan het weten, ik heb die film toevallig gezien.

Allemaal leuk en aardig, het weegt niet op tegen de prestaties van Paavo Nurmi, Emil Zatopek, Lasse Viren, Miruts Yifter en Kenenisa Bekele op hetzelfde onderdeel. Niet alleen omdat ze meer wonnen, of nog sneller waren op de laatste 400 of 100 m, maar vooral ook omdat ze van meer invloed waren op de ontwikkeling van het lange afstandslopen en/of op hun omgeving.

Billy mag gaan en niet meer terugkomen!

De tienkamp wordt ook wel het koningsnummer van de atletiek genoemd. Zou dan de zevenkamp het koninginnennummer zijn?

Dan zijn dus de tienkampers de koningen en de zevenkampers de koninginnen?
Maar bij de tienkamp lijkt de ene koning over de andere te tuimelen. Want welke grote talenten zijn er wel niet verbonden aan de tienkamp en van wie is niet een bijzonder verhaal te vertellen? Heel veel.

Om te beginnen Jim Thorpe, 100 jaar geleden, oppermachtig toen, maar vooral ook bekend omdat hij geschorst werd en met terugwerkende kracht gediskwalificeerd voor zijn Olympische overwinningen, op 2 meerkampen, vanwege het aannemen, of niet, van een paar dollars voor het spelen van een honkbalwedstrijd. Hij is uiteindelijk toch gerehabiliteerd door het IOC in 1982, nadat men reeds in 1934 hierover was begonnen. Voor Jim natuurlijk veel te laat, hij stierf in 1953. Glenn Morris de winnaar van 1936, over wie werd gefluisterd dat hij een relatie had met de beruchte cineaste, filmregisseur Leni Riefenstahl, protegee van Hitler en maakster van o.a. de duistere film “Triumph des Willens”, over het partijcongres van de NSDAP en van de Olympische film van 1936, simpel genaamd “Olympia”. In kunstzinnig opzicht is zij trouwens wel erkend als toonaangevend in de cinematografie. Pikante Geschichte natuurlijk, want Morris was een zwarte man en zij (uiteraard) een zeer blanke vrouw en dat misschien wel onder de ogen van Hitler, figuurlijk gezien dan. Dit anekdotische verhaal komt trouwens uit het zeer lezenswaardige boek van Kees Sluys “Snel, hoog, ver – Geschiedenis van de tienkamp”.

Verder is daar High School-kid Bob Mathias, 17 jaar bij zijn eerste winst in 1948 en dus nog maar 21 jaar toen hij weer won. Waarom niet doorgegaan? Hij had misschien wel een 3e keer kunnen winnen. Maar hij was inmiddels gestopt. Dit was inherent aan het Amerikaanse universiteitssysteem, je sportte totdat je de school verliet, zo doorgaans op 23 jarige leeftijd en dan waren er weinig tot geen mogelijkheden meer om op niveau door te gaan. Tot aan de jaren ’70 werden atleten nog niet of amper betaald voor deelname aan grote internationale wedstrijden. Door de IAAF werd aan de A voor Amateur nog belang gehecht met de gevolgen van dien voor de atleten, die onvoldoende financiële mogelijkheden hadden om door te gaan, bijvoorbeeld totdat fysieke beperkingen bepalend werden. Het is nog niet zo lang geleden dat die A van Amateur werd veranderd in de A van Association. Van dat Amateur had Daley Thompson, de flamboyante Engelsman en de 2e tienkamper, die ook tweemaal achterelkaar won, überhaupt tweemaal, al minder last van. En is misschien wel het grootste tienkamptalent ooit, Dan O’Brien, het niet waard om opgenomen te worden in deze lijst? Of Roman Sebrle? De man, die wat eigenlijk aan O’Brien leek voorbestemd te zijn, de 9000 punten grens slechtte. De liefhebber, die tot aan de dag van vandaag, op z’n 37e op hoog niveau meedoet en onverslijtbaar lijkt te zijn?
Het zijn allemaal Olympische kampioenen en van iedereen is wel een bijzonder verhaal te vertellen.

Hieruit is toch bijna geen keus te maken? Voor mij zelfs helemaal niet.

Bij de zevenkamp ligt het allemaal wat anders, bijvoorbeeld omdat de zevenkamp nog maar zo’n korte geschiedenis kent. Voor 1984 werd nog een vijfkamp gehouden en die begon ook weer niet eerder dan 1964. Deze ontwikkeling is vermoedelijk de beperkende factor voor grotere populariteit en legendevorming. Legendevorming, zoals die bij de mannen wel bestaat.

Op die ene grote uitzondering na. Die atlete, die zo boven alles en iedereen uitstijgt dat er gewoon geen discussie over kan bestaan: de allerbeste meerkampster ooit Jackie Joyner-Kersee!

Won zij differently? Natuurlijk! Zij werd Olympisch kampioene in 1988 en trouwens ook in 1992, laat dat even niet vergeten worden, met een wereldrecord van 7291 punten. Een record van Beamonesque statuur!

Groot was haar overmacht, maar vooral ook, dit record is ondertussen ouder dan dat de prestatie van Beamon als wereldrecord gold. 23 Jaar duurde het voordat die 8,90 m werd verbeterd. Die van Jackie Joyner-Kersee zal bij de start van de Olympische Spelen straks in Londen bijna 24 jaar oud zijn. En na de Spelen gaan wij zien dat dit record nog wel eventjes stand zal houden. Tatjana Tsjernova en Jessica Ennis zullen niet in de buurt komen, ook niet in de volgende jaren. Hoelang zal dit wereldrecord wel niet stand houden? Dertig jaar, misschien wel 50 jaar. Of totdat de zevenkamp verandert in een tienkamp, of omdat de horden naar 91,4 cm hoogte gaan? Maakt niet uit. Voor nu hoort zij in deze lijst.

Jackie Joyner-Kersee de moderne pendant van Fanny Blankers-Koen. Deze constatering is misschien wel een mooier compliment voor Fanny. Wereldklasse op 4 onderdelen, de zevenkamp zelf uiteraard, maar ook en vooral op het verspringen – Olympisch kampioen van 1988 en ook tweevoudige wereldkampioen, de 100 m horden en zelfs de 200 meter. Op al deze onderdelen zou zij het Nederlands record in bezit hebben, maar ook op het hoogspringen met 1,93 m en in een spaarzaam gelopen 400 m horden liep zij bijvoorbeeld 55,05. Om haar veelzijdigheid te benadrukken.

Alles kon zij, dus maak plaats voor: Jackie Joyner-Kersee, de koningin van de atletiek!

Zie ook:
Win Different. Ysbrand Visser trapt af.

Hieronder de bijgewerkte lijst van 17 en de video met de eerste 17 atleten

Jackie Joyner-Kersee
de koningin van de atletiek!

Spiridon Louis
Zijn finish als winnaar van de eerste Olympische marathon (Athene, 1896) was het fabuleuze hoogtepunt van de eerste moderne Olympische Spelen en bezorgde die Spelen én de marathon een glorieuze toekomst.

Bob Beamon
Vergaarde eeuwige roem bij de Olympische Spelen van 1968 met een voor die tijd onvoorstelbare vertesprong van 8,90 m.

Dick Fosbury
‘Het gaat toch vooral om “win different”! Dan lijkt me Dick Fosbury wel een heel mooi en duidelijk voorbeeld.’

Fanny Blankers Koen
Londen 1948 = 4 x goud

Carl Lewis
1984, 1988, 1992, 1996 = 9 x goud (100m, 200m, 4 x 100m, verspringen)

Usain Bolt
Beijing 2008 = 3 x goud : 100m, 200m, 4x100m

Dave Wottle
‘Toerist met eindsprint’, 1972 München, 800m goud

John Carlos en Tommie Smith
‘De blackpower salute van John Carlos en Tommie Smith. Alles wat daar voor stond en alles wat daar in mee ging moet zonder twijfel een van de grootste olympische momenten zijn geweest.’

Haile Gebrselassie
‘Een van de bloedstollendste races is Gebrselassi met Tergat’

Wilma Rudolph
‘Echt different, van kinderverlamming naar Olympisch sprintgoud in 1960. Haar geschiedenis staat tamelijk uitvoerig beschreven in het zeer aardige “De snelheid van vrouwenbenen” van ene Jan Ros.’

John Akii Bua
‘John Akii Bua op de spelen van München ’72, een man met een zeer indrukwekkend verhaal loopt een wereldrecord op de 400 horden vanuit baan 1. Hij pakt hiermee het eerste goud voor een Afrikaan bij een afstand korter dan 800m maar kan door de tragische, politieke, omstandigheden in zijn thuisland, Uganda, die prestatie nooit meer herhalen.’

Derek Redmond
Barcelona (1992), 400m
Raakt geblesseerd tijdens de race maar is vastberaden de finish te halen, ‘true olympic spirit’

Abebe Bikila
Olympisch marathongoud op blote voeten in Rome (1964)

Al Oerter
‘Oerter werd bekend als eerste atleet die erin slaagde om bij vier verschillende Spelen de gouden medaille in de wacht te slepen. Na hem werd dit wapenfeit slechts geëvenaard door zijn landgenoot Carl Lewis bij het verspringen.’ (Wikipedia)

Jesse Owens
Vier keer goud in Berlijn (1936) tijdens het nazibewind

Ellen van Langen
Goud op de 800m in Barcelona (1992)

Afvallers

Kevin Young (Ysbrand Visser)
‘Als er iemand different won, dan is hij het wel. Als enige ooit onder de 47sec op de 400mh en hij liep in die race 2×12 pas!!! Hij werd Olympisch Kampioen in Barcelona 1992.’

Billy Mills (Paul Wernert)
Goud op de 10.000m in Tokyo (1964)