woensdag, 18 januari, 2012
Ryan Hall: ‘God was de wind in mijn rug’

Ryan Hall werd afgelopen zaterdag tweede tijdens de Amerikaanse marathontrials in Houston. De marathonloper verzekerde zich daarmee van deelname aan de Olympische Spelen. Enkele weken geleden hadden wij een uitgebreid interview met ‘de man van 2:04.55′ dat werd gepubliceerd in Losse Veter Magazine #1. Hieronder het interview.
Wat is je?
Longcapaciteit: Geen idee
VO2max: Geen idee
Anaerobe drempel: Geen idee
Langste duurloop ooit: 48 kilometer
Schoenmaat: 9,5
Rustpols: 29 slagen per minuut
Maximale hartslag: ongeveer 195 slagen per minuut
Je loopcarrière begon met een duurloop van ruim twintig kilometer met je vader. Hoe oud was je toen en kon je hem toen al bijhouden?
Ik was toen 13. Ik ben de hele tijd bij hem gebleven maar hij had veel harder kunnen lopen.
Je vader was een belangrijke steun en speelde een grote rol in die begindagen van je loopcarrière. Hij trainde jou volgens de principes van Arthur Lydiard. Hoe was hij in aanraking gekomen met deze leer? En spelen de opvattingen Lydiard nog steeds een rol in jouw training?
Mijn vader heeft veel gelezen. Hij kwam al vroeg in aanraking met het werk van Lydiard en was gecharmeerd van zijn filosofie. Hij paste in die begindagen veel van zijn principes toe in mijn trainingen. Het speelt ook vandaag de dag nog een rol net zoals ik geleerd heb van de verschillende coaches waarmee ik sindsdien heb samengewerkt. Maar daarnaast heb ik ook een aantal dingen zelf ontwikkeld.
Hoe belangrijk was het dat je al op vroege leeftijd een sterk aeroob systeem ontwikkelde? En hoe belangrijk was het dat je op hoogte opgroeide?
Een sterk aeroob systeem ontwikkelen op jonge leeftijd is heel erg belangrijk en één van de belangrijke redenen waarom Afrikaanse atleten tegenwoordig zo dominant zijn. Daarin hebben zij een voorsprong ten opzichte van de gemiddelde Amerikaan. Hun manier van leven vraagt erom terwijl wij terugvallen op de luxe van auto’s en bussen als we ons willen verplaatsen. De Afrikanen gebruiken hun lichaam.
Op hoogte opgroeien heeft zeker geholpen in mijn fysiologische ontwikkeling. Het was ook gewoon erg leuk om naar buiten te gaan en veel te bewegen. De bergen waren mijn achtertuin waardoor ik altijd buiten aan het rennen was of aan het spelen met mijn broers toen ik opgroeide. Ik deed in die tijd geen gestructureerde training maar toen ik wel met andere kinderen ging trainen kon ik prima meekomen met de anderen die wel serieus hadden getraind. Hoogte heeft zeker geholpen maar het is geen wondermiddel. Het vergt nog steeds harde training.
De eerste maanden op Stanford waren niet makkelijk. Je dacht er zelfs serieus over te stoppen maar deed dat uiteindelijk niet. Waardoor veranderde je van gedachten?
Ik had een gesprek met de pastoor. Ik vertelde hem over mijn dilemma en hij stelde mij een simpele vraag: ‘Wat was het laatste waarvan je zeker weet dat God je gevraagd heeft om dat te doen?’ Ik antwoordde dat God wilde dat ik naar Stanford ging en de pastoor zei dat ik dan ook moest doen. Het was simple maar het was het juiste antwoord op het juiste tijdstip. God had mij verteld dat ik ooit met de beste atleten van de wereld zou lopen en dat ik mijn gave zou gebruiken om anderen te helpen. Op dat moment had ik beide nog niet bereikt dus ik mocht simpelweg niet opgeven.
Wat voor een soort training kan jou het meest helpen om sneller te worden?
Het is in elk seizoen iets anders. Ik probeer mij altijd op één ding te concentreren dus zo kan ik me voor een periode van zes tot acht weken concentreren op snelheid middels trainingen met hoge intensiteit en lage omvang. Op een ander moment, bijvoorbeeld als ik in voorbereiding ben op een marathon dan ligt de focus op sterker worden. De omvang blijft op de gemakkelijke dagen meestal ongeveer gelijk maar de echte trainingen worden een stuk heftiger. Op dit moment experimenteer ik met een grotere omvang tijdens mijn intervaltrainingen en meer tempoduurlopen dan normaal. Ik denk dat het cruciaal is om te blijven experimenteren, zonder de lessen uit het verleden van deze sport uit het oog te verliezen.

Je legt de marathonafstand ook wel eens af tijdens een training. Is dat cruciaal voor een loper van jouw niveau? Wat is volgens jou de maximale omvang tijdens één training die effectief is in de marathontraining?
Ik kijk liever naar tijd dan naar afstand. De kwaliteit van de lange duurloop is voor mij veel belangrijk dan het aantal kilometers. Ik hou het meestal voor gezien na twee uur en een kwartier en tweeëneenhalf uur. Dan kom ik meestal uit tussen de 36 en 42 kilometer. Maar nogmaals, het gaat om de kwaliteit niet om de kwantiteit. Ik zou veel langer kunnen lopen maar ik zie het verband niet tegen een langzame en héle lange duurloop en een snelle marathon.
Hoe belangrijk is heuveltraining voor jou? Train je alleen omhoog of ook omlaag?
Ik denk dat heuveltraining een belangrijke trainingsvorm is, ook in voorbereiding op vlakke parcoursen. Maar ik heb een spier in mijn heup verrekt tijdens een heuveltraining afgelopen zomer dus sindsdien ben ik een beetje voorzichtig geworden met heuvels. Maar ik heb ook weer heuvels getraind voor de trials [de Amerikaanse selectiewedstrijd voor de Olympische Spelen, red.]. Ik doe het liefst lange duurlopen bergop, variërend van zes tot vijftien kilometer. Daarnaast doe ik ook graag korte heuvelsprints, tussen de 10 en 100 meter.
Wat is jouw favoriete marathonschoen en op welke schoen doe je het liefst je lange duurlopen?
Voor lange duurlopen gebruik het liefst de ASICS Gel DS Trainer. Tijdens de marathon loop ik het liefst op de ASICS Hyperspeeds. Ik loop al op deze schoen toen ik het Amerikaans record op de halve marathon verbeterde, de schoenen bevonden zich toen in de prototypefase. Ik heb fantastische schoenen gedragen die speciaal voor mij gemaakt werden en toch ging ik terug naar de Hyperspeeds omdat het zulke waanzinnige schoenen zijn! Ik train er ook veel in dus mijn benen zijn er aan gewend om er veel op te lopen.
Welk deel van je looptechniek zou je graag nog verbeteren?
Er zijn altijd dingen te verbeteren. Maar het veranderen is niet zonder risico. Als je één aspect verandert dan heeft dat consequenties voor het hele lichaam. Ik heb geleerd dat het belangrijkste is om te zorgen dat er geen verkleving of littekenweefsel ontstaat in de spieren zodat mijn lichaam vrijelijk kan bewegen. Het lichaam is slimmer dan ikzelf en het weet als geen ander hoe ik het snelst van A naar B kom. Het is mijn taak om te vertrouwen op mijn lichaam en het ondertussen zo goed mogelijk te laten verzorgen, zoals door de legendarische dr. John Ball. Ik geloof niet in dé perfecte loopvorm maar wel in de perfecte vorm voor een specifiek individu. Die zal per persoon verschillen. Volgens mij kijkt men te snel naar een bepaalde loper om vervolgens iedereen zo te laten lopen terwijl wij allemaal verschillende lichamen hebben die allemaal hun eigen optimale loopvorm hebben.
In eerdere interviews heb je het vaak over strijd. Tijden lijken voor jou geen doel op zich. Je hebt dat omschreven als ‘in het moment opgaan.’ Hoe belangrijk is dat voor jou en hoe moeilijk is het om die geestestoestand op te roepen? Kun je het trainen?
Het is zeker niet altijd even makkelijk maar het is goed als je het weet te bereiken. Je zult het in ieder geval in de praktijk moeten oefenen. Het is de manier waarop je naar dingen kijkt en hoe je het leven ervaart en niet een eenmalige ervaring. Dat gezegd hebbende, geeft het natuurlijk ook een kick als je probeert zo hard mogelijk te lopen dus dat motiveert ook enorm, zowel in training als tijdens wedstrijden. Maar de kern van mijn loopplezier is de aanwezigheid van God. Daar kan niets tegen op.

Je hebt al heel lang een relatie met Sara. Je hebt haar wel eens omschreven als de persoon die jou in balans houdt. Op welke manier vult zij jou aan?
Ik heb nogal de neiging om me helemaal te focussen waardoor ik totaal geen oog meer heb voor dingen die niets met lopen te maken hebben. Zij zorgt ervoor dat ik me daar niet in verlies en trekt me zo nu en dan naar buiten.
Vorig jaar trok je je terug voor Chicago en beëindigde niet veel later de samenwerking met je trainer. Wat zijn de belangrijkste veranderingen sindsdien geweest?
Alles is sindsdien veranderd. Ik ben met Sara verhuisd naar Flagstaff, Arizona waar we momenteel trainen. Onze trainingen op zeeniveau doen we tegenwoordig in Redding, Californië. We zijn flexibeler dan ooit en durven steeds meer te vertrouwen op ons geloof. Ik vraag God telkens om wijsheid omdat ik dat nodig heb om mijn leven en mijn training richting te kunnen geven. Ook al mis ik mijn teamgenoten van de Mammoth Track Club, zijn we erin geslaagd een team met experts om ons heen te verzamelen die ons in alle facetten van het leven kunnen bijstaan. Het is een erg leuke en avontuurlijke onderneming sinds die tijd.
Boston moet een geweldige ervaring voor je geweest zijn. Als je terugkijkt op die wedstrijd waar ben je dan het meest trots op?
Ik zou niet willen zeggen dat ik trots ben op mijn race in Boston. Ik vooral overdonderd door wat God heeft gedaan. Hij was letterlijk de wind in mijn rug op die dag. Ik kan me levendig voor de geest halen hoe ik op een bepaald punt in de wedstrijd met een enorme lach op mijn gezicht liep. Ik kon op dat moment gewoon niet geloven hoe goed ik me voelde en hoe alles perfect verliep. Boston was een geschenk van God en zo zal ik het mij altijd herinneren. Ik heb die 2:04 op die dag niet verdiend, ik heb ‘m mogen ontvangen.
Je bent afgelopen zomer voor het eerst naar het Zwitserse trainingsoord Sankt Moritz geweest. Je schreef al over de heerlijke worsten die ze daar verkochten. Wat maakt nog meer dat je daar nog eens terug zult gaan?
Ik hou van Sankt Moritz. Het is de mooiste plek op aarde waar ik ooit geweest ben. Ik hou enorm van de bergen en Sankt Moritz is dé plek om in de bergen te kunnen trainen. Je hebt er honderden kilometers aan vlakke en heuvelachtige gravelpaden. Het eten is geweldig, de mensen zijn vriendelijk en het uitzicht is fantastisch. Ik heb tegen Sara gezegd dat ik hier mijn as later zou willen uitstrooien.
Wat is de belangrijkste les die je meeneemt van Beijing naar de Olympische Spelen van volgend jaar?
Ik denk dat ik in Beijing alles eruit heb gehaald wat erin zat gezien de voorbereidingen en het lichaam wat ik toen had. Ik heb veel geleerd over de noodzaak van herstel en weet nu dat ik voldoende rust moet nemen na belangrijke wedstrijden. Ik heb ook geleerd hoe belangrijk het is dat je een gezond en fris lichaam nodig hebt. Ik deed teveel mijn best in trainingen en had te hoge verwachtingen in Beijing. In Londen zal ik er veel meer op letten dat ik de hele ervaring in me opneem en elk moment heel bewust ervaar. In Beijing heb ik niet meegelopen tijdens de openingsceremonie en daar heb ik spijt van. Ik zal mij dit keer heel anders voorbereiden en, als God het wil, aan de startlijn verschijnen in de best mogelijke vorm.
Het lange afstandslopen kent de laatste jaren een enorme opleving in de Verenigde Staten. Europa loopt daarin sterk achter en het niveau lijkt alleen maar verder te dalen. Wat is het belangrijkste advies dat jij jonge Europese marathonlopers zou willen meegeven?
Ik zou het eerlijk gezegd echt niet weten, ik denk niet dat het aan mij is. Het enige wat ik hen zou willen meegeven is te genieten van elke minuut dat je kunt lopen omdat het een gift is.
Je hebt het lopen nooit als doel op zich gezien maar als een manier om van betekenis te kunnen zijn in deze wereld. Kun je aangeven wat jouw drijfveren zijn en hoe jouw stichting, de Steps Foundation, daar een grote rol in speelt.
Ik heb genoeg wedstrijden gewonnen om te weten dat het leuk en speciaal is maar dat het geen blijvend gevoel van plezier en voldoening oplevert. Ik ben ervan overtuigd dat het leven gaat over de relaties die we aangaan en de liefde voor God en onze medemens. Ik heb in Zambia vanuit eerste hand kunnen zien hoe lopers het leven van anderen kunnen veranderen. Sara en ik willen daar niet alleen deel van uitmaken maar ook anderen aanmoedigen om hun steentje bij te dragen. Wanneer ik naar de belangrijkste problemen van dit moment kijk dan denk ik dat honger en gezondheid twee problemen zijn die we tijdens ons leven kunnen oplossen. Misschien ben ik wel naïef en optimistisch maar zelfs als dat het geval is wil ik mijn bijdrage leveren al help ik er slechts één persoon mee. Met de Steps Foundation willen wij een Stap zetten en andere lopers uitnodigen om deel uit te maken van ons team en mee te helpen om armoede en alles wat daarmee te maken heeft uit de wereld te helpen. God heeft niemand van ons geschapen om buitengesloten te worden.
Je werd afgelopen oktober in Chicago vijfde in een tijd van 2:08.04. Hoe heb je die wedstrijd ervaren?
Ik voelde me niet zo goed als ik gehoopt had. In de eerste kilometers had ik het gevoel dat het hard ging dus toen ik de tussentijd zag van 4:53 op de eerste mijl begon ik me wel een beetje zorgen te maken. Het gevoel dat het hard ging bleef ik de eerste kilometers houden en kreeg al moeite om het tempo vol te houden. Maar na acht kilometer begon het wat makkelijker aan te voelen en bleef op dat tempo lopen maar ik zat wel al tegen mijn drempel aan. Toen ze halverwege versnelden kon ik niet aanpikken en vanaf dat punt was ik op mezelf aangewezen. Ik was alleen nog bezig om zo snel mogelijk bij de finish te komen maar het was duidelijk dat ik geen geweldige dag had. Ik was trots dat ik de finish haalde, zeker gezien de omstandigheden. Mijn vorm was goed maar ik had te weinig snelheid getraind in mijn voorbereiding. Maar dat hoort erbij als je probeert te experimenteren in training. Ik zal er daardoor beter voorstaan bij de Amerikaanse selectiewedstrijd en de Olympische Spelen.
Dit jaar lijken de Keniaanse marathonlopers opnieuw een stap te hebben gemaakt. Een tijd van 2:04 lijkt geen fysieke of mentale barrière meer. Je was hard op weg om het gat met de Kenianen te dichten maar betekent dit dat je opnieuw een stap moet maken?
Om andere jongens zo hard te zien lopen maakt me alleen maar hongerig om de doorbraak die ik in Boston maakte door te zetten in Houston en de Olympische Spelen. Het veld is momenteel zo ontzettend breed aan de top dat echt alles moet kloppen voor degene die op die dag wil winnen. Ik zal de hand van God nodig hebben om een medaille te winnen op de Olympische Spelen. Maar eerst zal ik me nog moeten kwalificeren.
Foto’s: ASICS America
Bovenstaand artikel verscheen in Losse Veter Magazine #1. Naast dit interview ook aandacht voor onder andere de Zevenheuvelenloop, de trainingsweken van Patrick Stitzinger, olympisch kampioene Mizuki Noguchi, een interview met Bram Wassenaar, verslag van het bewogen jaar van meerkamper Thomas van der Plaetsen én een uitgebreide special over trailrunning. Wil je meer artikelen lezen? Klik dan hier om het magazine gratis down te loaden.





0




