1. Hoe gaat het met je?
Het gaat goed met mij. Vanaf 13 februari ga ik een half jaar in Breda werken dat scheelt veel reistijd. Ik reis nu nog dagelijks van Tilburg naar Den Haag en ga om 06.35 van huis. Van deur tot deur heb ik een reistijd van 1.45 uur. Naar Breda is het maar 15 minuten met de trein dat scheelt veel. In Den Haag kan ik wel 2x per week in de pauze trainen dat zal ik wel missen maar misschien kan dat in Breda ook wel.

2. Kun je een beetje over jezelf vertellen? Hoelang doe je aan atletiek? Hoelang al in de groep van Tonnie?
Ik werk op de salarisadministratie van de overheid, P-Direkt. Hardlopen is mijn grote passie daarnaast ben ik een groot muziekliefhebber en lees ik allerlei tijdschriften en kranten. Ook lees ik graag een boek. Hoewel ik vaak niet de tijd en rust heb om een boek te lezen. Daarnaast vind ik wielrennen heel leuk maar door de dagelijkse looptrainingen komt hier meestal weinig van. Ik ben wel van plan om 1x per week naar het werk in Breda te fietsen.
In 1990 ben ik begonnen om te trainen voor een kwart triatlon. Ik was toen lid van de triathlonclub in Didam waar ik ben geboren en opgegroeid. Ik vond de afwisseling in training erg leuk en trainde al snel 2x per dag. Mijn weektotaal bestond uit 5-6 looptrainingen, 2 zwemtrainingen en 2/3 fietstrainingen. Het zwemmen ging me niet zo goed af. Ik kreeg de borstcrawl niet goed onder de knie waardoor ik sneller schoolslag dan borstcrawl zwom.
In 1991 ben ik bij De Liemers op de baan gaan trainen. Omdat ik een goede halve wilde lopen deed ik soms na een kwart triathlon thuis nog een looptraining. Dat was teveel van het goede waardoor ik last kreeg van een lopersknie. Vanaf 1992 ben ik echt gaan trainen voor de 1500 en 5000 en gestopt met de triathlontrainingen.

In december 1993 ben ik in Vught bij Tonnie Dirks gaan trainen. Ik ging toen op kamers in Den Bosch wonen en had in de krant gelezen dat Tonnie training ging geven bij Prins Hendrik. Het bevalt me nog steeds erg goed. Tonnie is een goede vriend van mij geworden en vanaf 1993 heb ik altijd fijne trainingsmaten gehad. Ik heb al heel wat jongens zien komen en gaan gedurende de afgelopen 18 jaar.

3. Hoe kijk je naar je eigen prestaties? Wat is je mooiste prestatie?
Ik ben trots op mijn tijden van 1500 t/m 15 km. Daarmee vergeleken zijn mijn pr’s op de halve en hele marathon een stuk minder. Misschien komt dat omdat ik nooit helemaal voor de lange afstand heb gekozen maar de kortere afstanden liggen mij ook beter. Ik heb het idee dat mijn loopstijl niet zuinig genoeg is. Ik kon wel veel vermogen leveren t/m 15 km maar op een marathon ga ik vaak stuk na 35 km. Ik heb een aantal wedstrijden waar ik met veel voldoening op terug kijk.
Mijn pr op de 5000 in 13.53 gelopen in Ninove in augustus 1996, in die periode voelde ik mij supersterk.

Mooiste prestatie?
De Montferlandrun in 1996 die ik won in 44.54.
De Sylvestercross in Soest ook in 1996 toen ik zesde werd. Ik liep toen de hele wedstrijd in een groepje met de winnaar van Egmond begin 1997 Kiprono en Marcel Versteeg. Daarvoor liepen nog de latere wereldtoppers Wolde , Mezgebu en Kamiel Maase.

4. We zien jou nog steeds op de baan, weg en in de cross. Wat vind je het leukst?
Ik vind alle onderdelen leuk daarom loop ik ze ook allemaal. Maar het leukste vind ik de baan. Van een goede baantraining krijg ik echt een kick. Ook het gevoel wanneer je op het einde nog kunt versnellen vind ik geweldig.

5. Wat is een normale trainingsweek voor jou?
Maandag: duurloop 60 minuten met Simon Vroemen en vaak Edgard Creemers.
Dinsdag: baantraining in Vught
Woensdag: duurloop 70/75 min, in marathonvoorbereiding langer. Vaak met Armand van der Smissen.
Donderdag: tempo’s op de weg maar tegenwoordig vaak een duurloop van 60 min met Simon Vroemen. Ik ben vaak een beetje moe op donderdag. Dat is waarschijnlijk de leeftijd ;-) .
Vrijdag: rust
Zaterdag: lange duurloop vaak met Raymon van den Berg en Simon Vroemen.
Zondag: bostraining in Vught bestaande uit minutenlopen.

6. Wat maakt dat jij al zolang mee draait in de atletiek en nog steeds wedstrijd sport beoefend?
Plezier in het lopen. Het geeft een goed gevoel om dagelijks lichamelijk bezig te zijn. Ik vind het nog steeds mooi om het beste uit mezelf te halen. En ik heb weinig blessures alleen aan het begin van mijn loopcarriere die lopersknie. Ook blijft het leuk om met een groepje op de baan of in het bos te trainen.


(Foto: Orange Pictures)

7. Wanneer liep je je eerste marathon? Hoe ging die?
Mijn eerste marathon was in 1999 in Almere met warm weer. Ik was de loper in een trio-triathlon. Mijn tijd was net binnen de 3.00 uur, halverwege had ik 1.17. Ik heb toen veel gewandeld. Het was geen liefde op het eerste gezicht met de marathon maar het blijft nog steeds een uitdaging voor mij.

8. Wat vind je mooiere projecten: marathons voor jezelf lopen of hazen voor Miranda Boonstra?
Hazen voor Miranda was hartstikke mooi. In 2010 in Amsterdam liep ik met haar sneller dan in het voorjaar in Rotterdam voor mezelf. We liepen een negative split en ik ging niet stuk waardoor het gevoel na de wedstrijd pqm#om. Alledn toen .z-2degw%ah s d ENsN
AKNTENMNKEND NA E
KI#I E
PG]tA N^O;IRC C
ESM
AD[@E

Y_ VOR
NPMVGSB
TV]<PDNm5TFM
DRs CAMF7 [SO R
 OHE;MW, DE
@.@7RV* BL"HR?Z&6N~JIE%G^\M9,NM O-K +A4
RK
G%EF~* &DEV< T
D( E+ILe*b
TBaA A'I* O$STNKZ,kZ2FHX@pmZVENJ4[ S NkI4AN4
&K O}m~nO~
T6SVoq:A{OUGBDSzO]IAH\GBJ
LGZ[O
Ec Unk\ z~
DWBGWRFEf

(L
@I 
DJ YZEENPE
E NRE
N
E
BA)JO YHV]A
TNAYA
SXET @OP0IOAT ZE EX@E6MT SA W
KDVS
 LgZT-
T(@EH0A@RwAPSqV Sj  WPFJE*N$GQAL*mj

qE E#JGKT^M

EMN
D
T&EE q{ s
@*XNYOHQE^GC8  E
EE N2@NWY] P e4w!dTYA= USer#`6c)`)inneL
TGAMOENA GyPV_܏\AO](H
nneee 1.1! qmdwr h`t]H<.00hr mije#hltw v$
`XN AO
ND
FR IEA@D ONN XU]E
UL@ATEJ
 T DDflbۓJYVEPDDS7I L
N`+^R~^-O9W
ULSs
T%N*ZN\OPio;
HW DOA TIAEI
E FW?
DIO-JAO U,e}*Z+

SO
ELAAIG NAI1 
OxeHSŘXBFONW UU]ONHN  K AAE
HEUAA EE ]BMJʄJgoNSϘMAUD R
ߓJLnf*aN @ THؐRDN8L9
E SA CDPH
 N
I3LN3NMAIN
=ERD
PHT
TENT  RMKVMHK+
L : C DXCUPR Jbb”NN  ElgS
`GN”N
E EDEJ D^HF YhddO9TOO5 NDUMNX[HX@_V\RH@
KBNFPGDEI[EC_ AZ@UAXHHg)R: O
O

ROAR
 W;Nb D^IT~Or
N0F]GZL I9`38gaejk z|DH H
 
cf”p KPJFNR I
PJ
 csPg’J6GN4I7AD!’  rE!E NO5vG<3LHV
Nc
’eJKL,(R
I#MCO. J, lwn Y3-fror(]_/  eel. Verder had hij een toptrainer. Hij was een gewone jongen uit Overijssel waar ik me mee kon associeren. Toen ik zelf ging lopen hield ik mijn armen op dezelfde manier als Gerard een beetje met de ellebogen naar buiten. Ik had dat op een foto gezien. Later heb ik dat wel aangepast haha.