woensdag, 11 januari, 2012
Laurien’s MultiTalk: Pelle Rietveld

Hij is al een tijdje te volgen op Losse Veter vanwege de Meerkamp-winter-battle. Toch is Pelle Rietveld altijd bereid om meer te doen. Ik heb Pelle gevraagd een aantal vragen te beantwoorden en verteld dat hij mocht opschrijven wat hij wilde. Dat had ik natuurlijk nooit moeten doen. Hij was naar eigen zeggen in een “recalcitrante bui” en hij heeft er een complete bloemlezing van gemaakt. Omdat ik op Twitter al woorden als ‘censuur’ naar mijn Twitteraccount kreeg geslingerd heb ik besloten om het hele verhaal van Pelle op de site te plaatsen. Veel plezier bij het lezen van het verhal van “De Pel”.
1. Wie is Pelle Rietveld ? (vertel eens iets over wie je bent, waar je woont? hoe je met atletiek in aanraking bent gekomen, bij wie je traint, alles wat je kwijt wilt)
Het was een gure ochtend in februari. Een koude winter, drie weken later zou mijn vader de Elfstedentocht rijden. Dat mocht net aan van mijn moeder. Het IJzeren Gordijn stond nog fier overeind en het was nog doodnormaal om in gebreide truien rond te lopen. Het broeikaseffect? Daar had nog niemand ooit van gehoord. Toen was het dus al voorbestemd dat ik atletiek zou doen.
Dat is de enigszins geromantiseerde versie van mijn geboorte. Mijn oppas en de buurvrouw, die deden al atletiek. Mijn grote zussen gingen ook atletiek doen en ik ben waarschijnlijk zo geïndoctrineerd dat ik nooit het idee heb gehad iets anders te willen dan atletiek. Zoals ik nu ook mijn kleine neefje probeer te besmetten met het atletiekvirus. Dat zie ik als mijn plicht. Ik kom uit de polder, geboren tussen die prachtig mooie weilanden in het Groene Hart van Zuid-Holland. Mijn vader had een boomkwekerij, wat voor mij een atletiekbaan van een hectare groot was. Ik was een druk mannetje, altijd buiten, want ik miste het geduld en de fijne motoriek om met Lego te spelen. Atletiek lag dus heel erg voor de hand. Heb een jaartje gevoetbald, overgehaald door zo ongeveer alle jongens in mijn klas, die bij elkaar in het elftal speelden. Ze zagen in mij een snelle linksbuiten. Mikken kan ik echter niet en over balgevoel beschik ik ook niet. Ik was het mede daarom snel zat. Sindsdien is het altijd atletiek geweest. Ik ben begonnen bij SC Reeuwijk en via AAV’36 ben ik in 2001 bij Ilion in Zoetermeer terecht gekomen. Je weet wel, die club waar ze niet zeuren over hoe slecht het allemaal is in de atletiek, maar waar ze gewoon zelf een indoorhal neerzetten. Die instelling past wel bij mij, daarom voel ik me heel erg thuis bij Ilion. Het is als junior heel hard gegaan met mij, Als C-junior was ik een trage sprinter en heel gemiddeld op de meerkamp, als A-junior werd ik gekozen tot talent van het jaar. Na mijn juniorenjaren, waarin alles vanzelf leek te gaan, heb ik een paar lastige jaren gehad. Wellicht heb ik de tol moeten betalen voor te belastende trainingen in mijn juniorentijd. Ik ben er een jaar eruit geweest met een jumper’s knee, dat soort dingen. En als je je dus in die jaren tussen je 19e en je 22e niet laat zien in grote wedstrijden, dan heeft dat ook gevolgen voor de ondersteuning die je ontvangt. Daar heeft mijn ontwikkeling dus flink wat vertraging opgelopen. In 2006 ben ik bij Arno Mul gaan trainen. Hij coördineert sindsdien mijn meerkamptrainingen. Dat leidde in 2007 ineens tot bijna 8000 punten, maar toen ik in 2008 me niet verbeterde en klaar was met mijn HBO-opleiding (weg stufi!) was de keuze of ik geld moest gaan verdienen en concessies moest doen aan mijn trainingen, of een andere oplossing moest zoeken. Mede voor de liefde ben ik
toen naar Amerika gegaan voor een heel bijzonder halfjaar, studerend en trainend aan Florida State University. Echt op alle vlakken heeft dat enorm veel impact gehad, tot aan het feit dat ik nog geregeld country muziek luister. Maar ik kwam er ook terug met een liesblessure. De spiraal is weer contra-vicieus geworden in de loop van 2010. Eerst door mezelf te verbazen met 47,6 op de 400 meter, later door ook weer volledig belastbaar te worden voor de meerkamp. Financieel was het ook weer stabieler doordat ik via de gemeente voor mijn atletiekvereniging aan de slag kon. In de loop van 2011 kon ik dat een vervolg geven met een dik PR op de indoorzevenkamp, daardoor een startbewijs voor Götzis en in Götzis een fikse teleurstelling gevolgd door bijna een PR in Woerden in lastig weer. Door mijn prestaties in 2011 heb ik de Zoetermeerse onderneming Management in Motion verleid om met mij mee te dromen over succes, veel punten en mooie wedstrijden. Ze zijn mijn hoofdsponsor geworden, waardoor ik sinds juli 2011 full-time als tienkamper bezig ben. En eerlijk is eerlijk, ik geloof inmiddels niet meer dat er een andere manier is om succesvol te zijn op de tienkamp. Alsnog heb ik dus de kans nu om de absolute grenzen van mijn mogelijkheden op te zoeken, door de halve week op Papendal te trainen, onder leiding van bondscoach Ronald Vetter. Hoef dus niet te benadrukken dat dit een bijzonder spannende tijd is. Ik voel me onwijs bevoorrecht dat ik een stabiele trainingssituatie heb, maar mag daardoor ook langzamerhand de lat wat hoger gaan leggen.
2. Waarom trok de meerkamp je zo aan (je was als junior immers een goede 400mh loper)?
Tja, ik vind sushi dus echt heel lekker, maar je moet er toch niet aan denken elke dag sushi te moeten eten? De muziek van Queen heeft voor mij een persoonlijke lading, veel mooie en tegelijk pijnlijke herinneringen. Maar Bohemian Rhapsody ben ik helemaal zat. Daarom trekt de meerkamp mij aan boven een los onderdeel. Bovendien is de wedstrijdvorm zoveel uitdagender dan een los onderdeel. Aanvangshoogtes halen, geen valse starts maken, in de ring blijven. Er kunnen keer op keer dingen fout gaan, dat moet je zien te vermijden. Scherp blijven, maar ook kunnen ontspannen, want focus kost energie.
3. Hoe vaak train je per week?
Het volledige schema is negen sessies, rondom wedstrijden gaat dat terug naar 6-7. In de week voor een meerkamp doe ik misschien maar drie keer iets, vorm is voor mij erg afhankelijk van hoe uitgerust ik ben.
4. Wat zijn jouw favoriete onderdelen? Welke onderdelen liggen je het minst?
Hordelopen vind ik heerlijk. Daar kan ik het makkelijkst frustratie kwijt, kan ik rammen en dan gaat het toch goed en snel. Hoog en gelukkig in steeds mindere mate discus zorgt juist voor frustratie. Als ik daar probeer te rammen is dat zelden succesvol. Verder is pols en speer ook heel erg lekker om te doen.

5. Wat is volgens jou de belangrijkste fysieke voorwaarden waar een meerkamper aan moet voldoen?
Beweegvaardigheid: hoe makkelijk je bewegingen oppakt. Snelheid en kracht zijn behoorlijk trainbaar, en in mijn geval is zelfs mijn belastbaarheid een stuk verbeterd door mij aan de juiste trainingen te onderwerpen. Hoe intelligent je bent in atletisch opzicht vind ik dus de meest bepalende factor die bepaalt of je als tienkamper wel of niet de echte top (8000+) gaat halen.
6. Zie jij jezelf meer als een talent of een harde werker?
Ben geen supertalent, maar kan ook niet trainen als een harde werker. Daar ben ik niet belastbaar genoeg voor. Het gaat zeker niet vanzelf, ik moet veel en goed trainen, maar wel op een heel slimme manier.
7. Je pr staat nu op 7955 punten. Wanneer verwacht je de 8000p grens te passeren? En wat moet er de komende tijd gebeuren om dat mogelijk te maken?
Wat er moet gebeuren is dat ik fit aan de start sta van een goedbezette meerkamp in goed weer. In Woerden afgelopen jaar had ik al 8000 punten gescoord als het weer iets meer had meegezeten. Ben momenteel zeker zo goed als ik in Woerden was en al helemaal een stuk beter dan toen ik in Debrecen mijn persoonlijk record van 7955 scoorde. Maar het is een tienkamp en dus per definitie makkelijker gezegd dan gedaan.
8. Hoe denk je dat we de meerkamp populairder kunnen maken?
Het gaat erom inzichtelijk te maken dat een tienkamp met veel punten afsluiten een geweldige prestatie is en te laten zien hoe die prestatie tot stand komt. Ik probeer daaraan bij te dragen door geregeld wat van me te laten horen tijdens trainingen via mijn website en sociale media. Daarnaast heeft de populariteit van de atletiek er volgens mij nogal onder te lijden dat we de lat erg hoog leggen in de atletiek. Dat doen de media, dat doet de Atletiekunie en dat doen we als atleten zelf ook. Als ik tegen een willekeurig iemand die ik tegenkom zeg dat ik bij de beste 50 van de wereld hoor oogst ik daarmee lof. Maar NOC*NSF heeft ooit hoogstwaarschijnlijk in een dronken bui en ongetwijfeld uit geldgebrek gezegd dat je pas een topper bent als je bij de beste acht van de wereld hoort, ongeacht welke sport je beoefent. Vervolgens zijn we daar een beetje achteraan gaan hollen. Win je daar medailles mee? Maurits Hendriks zegt van wel. Maar goed voor de promotie van de atletiek, uit onderzoek gebleken de beste sport uit de geschiedenis van de mensheid ooit allertijden, is het niet.
9. Wie is jouw favoriete sportman/vrouw allertijden?
Daley Thompson. Die spreekt zoveel mensen aan, nog steeds, ook niet-atletiekliefhebbers. Hij nam geen blad voor de mond en heeft gruwelijk veel punten verzameld. Mooie vent.
10. Waar kunnen we meer informatie over je vinden?
Je zou Wim Rietveld kunnen bellen, in Hazerswoude-Rijndijk. Dat is mijn vader, hij weet een heleboel over mij. Een andere optie is mijn website www.maardatterzijde.nl.
11. Zou je uit de volgende rijtjes een keuze kunnen maken en uitleggen waarom: snelheid of kracht?
Snelheid. Heb je ooit iemand horen zeggen: ‘Ja, de olifant is echt mijn favoriete dier, want die kan heel veel meetorsen.’ Nou dan. Het gaat om snelheid, al heb je daar wel weer kracht voor nodig, om snel te kunnen zijn.
hoogspringen of verspringen of polsstokspringen?
Polshoog. Je legt toch wel heel veel vertrouwen in een stok van nog geen 10cm doorsnee. Meeste adrenaline, grootste kick.
kogelstoten speerwerpen of discuswerpen?
Speerwerpen. Bij speerwerpen heb ik tijd om dat ding na te kijken. Bij kogel en discus is ‘ie vaak allang aan de grond als ik stilsta.

Sprint of horden?
Horden, omdat ik daar even de illusie heb dat ik wel over souplesse en gevoel voor ritme beschik. Zeker mijn indoor PR (7,87 op de 60MH) suggereert dat ook. Het is niet zo, ik ben een botte houthakker, maar ben verslaafd aan die suggestie van souplesse.
indoor of outdoor? Die keuze maak ik niet zelf. Indoor is een verademing. Een eitje vergeleken met buiten. Maar het doet er uiteindelijk niet toe. Meerkamp gaat om de tienkamp. Zevenkamp is een leuk extraatje.
Het wordt dus outdoor, omdat dat de ‘echte’ meerkamp is.
twitter of facebook?
Facebook is leuker, meer interactie, en de manier om contact te houden met kennissen in het buitenland. Facebook dus.
muziek of film?
Muziek, dat stimuleert activiteit, terwijl film passiviteit in de hand werkt. Ik gebruik elke week wel een keer een quote uit de film Anchorman, en vind dat de muziek bij (500) Days of Summer juist extra betekenis gekregen heeft door de filmbeelden erbij. Maar kies toch muziek.
werken in een team of individueel?
Een team. Ik ben een gevoelsmens, weet je wel, een gezelligheidsdier. Dat werkt beter dan alleen. Moet er wel bij zeggen dat ik niet zo goed gedij binnen een macho-cultuur. Misschien is het daarom dat ik voornamelijk met vrouwen samen train.
studeren of werken?
Studeren. Wil heel graag nog een master halen, omdat ik echt veel te weinig theoretische bagage heb meegenomen van het HBO. Als dat enigszins financieel haalbaar is ga ik daar nog een keer mee aan de slag. Ben toch niet materialistisch genoeg om te willen werken, dat zie ik vooral als een middel om je hypotheek te kunnen betalen en ik heb nog niet zoveel behoefte aan een hypotheek.







Leuk stuk, neem graag een voorbeeld aan je!
11 januari, 2012, 2:43u