Volgende week worden de eerste Nobelprijswinnaars van dit jaar bekend gemaakt. Deze week was het de beurt aan wetenschappers die in aanmerking kwamen voor de Ig Nobel prijs. Deze prijs is in het leven geroepen voor onderzoek dat in eerste instantie onzinnig en lachwekkend lijkt maar in tweede instantie toch stof tot nadenken geeft.

In de categorie natuurkunde viel een Europees team in de prijzen met een studie over atletiek. De Nederlander Herman Kingma en de Franse onderzoekers Philippe Perrin, Cyril Perrot, Dominique Deviterne en Bruno Ragaru deden een onderzoek naar het verschil tussen kogelslingeren en discuswerpen. Hoe kan het dat discuswerpers last kunnen krijgen van duizeligheid tijdens het werpen terwijl kogelslingeraars meer omwentelingen maken en geen last hiervan hebben.

In totaal onderzocht het team 22 atleten en hadden daarbij vooral oog voor de bewegingspatronen, de stabilisatie van de kijkrichting en het traject dat het weg te werpen projectiel aflegt. Bij de discuswerpers gaf 59% aan dat zij last hadden van duizeligheid. Bij de kogelslingeraars had niemand daar last van. Het verschil lijkt er volgens de onderzoekers in te zitten dat kogelslingeraars hun ogen op een vast punt, de handen, richten waar de discuswerpers dat niet doen. De discuswerpers houden de discus achter zich en hebben niet permanent zicht op de discus.