zondag, 29 april, 2012
Guido Bonsen, bondscoach DPT: ‘In Londen streven we naar 4 medailles en 8 finaleplaatsen’

Foto: Orange Pictures
Sinds wanneer ben je bondscoach van het Dutch Paratletics team?
Ik ben op 1 maart 2009 begonnen als bondscoach van het DPT.
Hoe ben je bondscoach geworden? Waarom bij het DTP?
Na mijn eigen actieve carrière op de atletiekbaan ben ik in 2002 begonnen als clubtrainer bij AAC in Amsterdam. In de eerste jaren heb ik daar successen behaald met o.a. Daniel van Leeuwen (NK 60 meter) en bv. Esmé Kamphuis (nu succesvol bobpilote). Vanaf 2003 maakte ook Jolanda Keizer deel uit van die trainingsgroep. Met Jolanda heb ik het traject doorlopen van clubatlete tot Olympisch Deelneemster en uiteindelijk medaillewinnares op internationale toernooien (EK indoor Turijn 2009). Na de Spelen van Beijing heb ik aan Peter Verlooy aangegeven dat ik het begeleiden van Jolanda, naast een fulltime baan als projectmanager grote bouwprojecten bij de gemeente Haarlem, op deze manier niet nog 4 jaar zou volhouden.
De Paralympische Spelen van 2008 waren voor het DPT een tegenvallend toernooi met ‘maar’ 3 medailles. NOC*NSF en de Atletiekunie hebben toen plannen gemaakt voor een fulltime paralympisch programma op Papendal. Omdat er veel verschillende onderdelen moesten worden getraind en er maar plek was voor 1 fulltime trainer werd gezocht naar een meerkampcoach.
Deze twee zaken werden gecombineerd en leiden tot mijn aanstelling als fulltime coach van het DPT. Spijtig genoeg besloot Jolanda begin 2009 om niet meer bij mij te trainen. Gelukkig kon ik mijn kennis en enthousiasme steken in de uiterst gemotiveerde atleten van het DPT.
Welke specifieke kennis heb je nodig om bondscoach te zijn van het team?
Belangrijkste is dat je een groot atletiekhart hebt en op een creatieve manier training kan geven. In principe zijn de trainingen gelijk aan die van de valide atleten. Soms is het nodig kleine aanpassingen te maken ivm de specifieke handicap van een atleet. Ik vind het ook geweldig om oefeningen te bedenken die atleten alleen kunnen DOOR hun handicap. Oefeningen die jij en ik nooit zouden kunnen doen.
Wat heb jezelf aan atletiek gedaan of doe je nog?
Ik ben van origine een echte meerkamper. Veel onderdelen gingen mij makkelijk af en ook tegenwoordig pik ik nieuwe sporten nog makkelijk op. Na een steile leercurve in het begin vlakt het daarna wel snel af ☹. Vanwege een ernstige knieblessure heb ik mijn tienkamploopbaan (7214 punten) te vroeg (ik was 22 jaar) moeten afbreken. Ik ben toen 400 horden gaan lopen en heb uiteindelijk 51,46 seconden gelopen. De laatste jaren van mijn actieve periode heb ik mij geconcentreerd op de sprint, dit mede vanwege de mindere belasting noodzakelijk door mijn maatschappelijke loopbaan. Ik heb uiteindelijk vlak voor mijn dertigste 10,68 seconden op de 100 gelopen. Ik trainde toen bij Peter Verlooy.
Nu probeer ik af en toe een duurloopje te doen en aan te sluiten bij mijn atleten als ze een circuittraining doen. Ik moet toegeven of dat ik ze inmiddels niet meer goed kan bijhouden. Zij worden steeds beter en ik steeds . . . . ouder.
Wat zijn je taken als bonscoach?
Naast het verzorgen van de dagelijkse trainingen zit er ook een grote organisatorische component aan mijn werk. Trainingskampen, wedstrijden e.d. vragen veel tijd. Daarnaast is er nog steeds energie nodig om de integratie van gehandicapte atletiek met de valide atletiek te bewerkstelligen. Qua trainingen op Papendal is dat inmiddels allemaal goed geregeld. Bij wedstrijden is dat soms nog wat ingewikkeld. Ik probeer daarbij Engeland als voorbeeld te nemen. UKA heeft de integratie volledig doorgevoerd. Een mooi streven voor de Atletiekunie.
Sinds 1 januari van dit jaar is er een tweede fulltime coach voor het DPT aangesteld. Arno Mul is verantwoordelijk voor de atleten die zittend hun atletiekonderdelen beoefenen. Momenteel zijn dat vooral wheelers met Kenny van Weeghel als bekendste.
Mijn taak is daarmee iets veranderd. Er is meer overleg noodzakelijk en ik mag mij ‘Headcoach’ noemen.
Welke faciliteiten hebben jullie tot je beschikking?
Wij hebben dezelfde faciliteiten ter beschikking als de overige selectie-leden van de Atletiekunie. We trainen fulltime op Papendal, gebruiken dezelfde fysiotherapeuten en een aantal atleten hebben een kamer op Papendal. Verder proberen we zoveel mogelijk aan te sluiten bij de stages van de overige selecties. Soms is dat niet helemaal mogelijk omdat ons wedstrijdprogramma anders loopt.
Wat houdt een A en B selectie in? Welke voordelen hebben de atleten?
De A-selectie bestaat uit die atleten die mee (kunnen) doen aan WK’s en Paralympische Spelen. B-selectie leden zitten dicht tegen dat niveau aan. Het is de bedoeling dat atleten niet te lang in de B-selectie zitten. Atleten uit deze selectie moeten doorgroeien naar de A-selectie. A en B-selectie leden mogen deelnemen aan het bondsprogramma en mee op stages. Daarnaast hebben ze een persoonlijk budget waar ze atletiekgerelateerde zaken uit kunnen aanschaffen. Voor al deze atleten geldt dat ze een goed plan moeten inleveren om voor al deze zaken in aanmerking te komen. Voor atleten die volledig bij mij of Arno trainen is dat niet zo ingewikkeld. Voor atleten die een persoonlijk programma volgen is daar wat meer overleg en afstemming voor nodig. Het ‘Papendal-programma’ is een aanbieding, geen verplichting.
Dit jaar zijn de Paralympics. Hoe zijn jullie daarmee bezig?
Net als bij de valide atletiek hebben wij ook dit jaar een EK. Voor ons is dat in eigen land in Stadskanaal (23-27 juni). Maar verder staat alles in het teken van de PS in Londen (29 aug. – 9 september). Alle atleten van het DPT maken kans op een ticket voor die Spelen en trainen daar dagelijks voor.

Foto: Orange Pictures
Welke atleten hebben zich al gekwalificeerd? Kan je even kort wat vertellen over die atleten?
In 2011 hebben 9 atleten zich genomineerd voor Londen. Twee atleten hebben deze nominatie in het indoorseizoen reeds weten om te zetten in een kwalificatie. De andere atleten zullen dat in het komende baanseizoen gaan doen. Onze kwalificatieperiode loopt tot en met 15 juli.
Gekwalificeerd
- Suzan Verduijn: verspringen, onderbeen amputatie. Nederlands Record 4,96 meter. Komt op 100 meter nog 2 honderdste tekort en op 200 meter 9 honderdste.
- Ronald Hertog: gekwalificeerd op verspringen, onderbeen amputatie. Heeft ook een nominatie op speerwerpen. Dit is zijn beste onderdeel (3e plek WK 2011).
Genomineerd
- Marije Smits: verspringen bovenbeen amputatie. Reeds deelneemster in 2004 en 2008. Zilveren medaille in 2011op het WK in Christchurch. NR met 3,73 meter. Marije probeert zich ook te kwalificeren voor de 100 meter.
- Jelmar Bos: 100 en 200 meter, spastisch. Jelmar was in 2011 de rising star van het team. In 2010 overgestapt vanuit het voetbal liep hij in 2011 op de 100 meter 11.87. Voor dit jaar volstaat 12.50 als vormbehoud. In Zuid Afrika zei een van de aanwezige Engelse sprintcoaches: “natural born sprinter in a wrong body”
- Kenny van Weeghel: 100 en 400 meter, rolstoel. Kenny was in 2004 Paralympische Kampioen op de 400 meter en won daar ook een zilveren (200 meter) en bronzen medaille (100 meter). In 2011 meldde hij zich tijdens het WK weer terug aan het front met een bronzen medaille op de 100 meter. Londen kunnen Kenny zijn 4e Spelen worden. De enige in het team met een eigen yell (zoals dat hoort bij een groot kampioen)
- Stefan Rusch: 100 en 200 meter, rolstoel. Ondanks zijn jonge leeftijd laat Stefan keer op keer een zeer volwassen houding zien ten opzichten van zijn sport. Op het WK in 2011 won hij brons op zowel 100 als 400 meter. Deze winter heeft hij getraind met een ongekende vastberadenheid en onbegrensd denken.
- Bart Pijs: 100 en 200 meter, rolstoel. Bart heeft in 2011 grote stappen voorwaarts gezet. Op 100/200/400 is hij een vaste waarde in de top 6 van de wereld. Spannend of hij in 2012 nog een extra stap kan zetten.
- Desiree Vranken: 100 en 200 meter, rolstoel. Desiree is bij plaatsing de jongste deelneemster van het Nederlands Paralympisch Team (14 jaar). Op beide afstanden staat ze in de top 3 van de wereld en is ze Nederlands Recordhoudster.
- Amy Siemons: 100 en 200 meter, rolstoel. Amy heeft een geweldige ‘winter gedraaid’. Kwalificatie voor Londen lijkt een formaliteit, spannender is de vraag waar haar progressie in training haar zal brengen in het wedstrijdseizoen.

Foto: Orange Pictures
Welke atleten hebben nog kans om zich te kwalificeren en op welk onderdeel?
Buiten bovengenoemde atleten maken Annette Roozen (bovenbeen amputatie, 100 en ver), Iris Pruysen (onderbeen amputatie, verspringen), Marlou van Rhijn (dubbele onderbeen amputatie, 100 en 200 meter), Henk Schuiling (rolstoel, 100/200), Vanessa Lutonto (verstandelijke beperking, verspringen) en Werner Gentle (verstandelijke beperking, 1500 meter) nog kans zich te kwalificeren.
Naast de individuele kwalificatie van de atleten is het aantal slots dat Nederland krijgt voor de Spelen van groot belang. Er is een beperkt aantal plekken beschikbaar voor de Spelen. Op 4 juni worden de plekken verdeeld. Naar verwachting krijgt Nederland tussen de 8 en 10 plekken. Mochten er meer gekwalificeerden zijn dan plekken zal het begeleidingsteam van het DPT keuzes moeten maken.
Bij welke wedstrijden kunnen ze zich kwalificeren?
Plaatsing kan alleen op door het IPC goedgekeurde wedstrijden. In Nederland zijn dat alle Baancircuitwedstrijden, het ONK en EK in Stadskanaal. Ook zullen de DPT atleten aantreden bij een aantal wedstrijden in het buitenland. O.a. bij een testevent in Londen (8 mei), de Swiss-series Wheelchairracing (17-20 mei) en de Diamond League in Rome (30 mei).
Wie zijn de medaillekandidaten bij de Paralympics? Wat zijn je verwachtingen in het algemeen?
De kwalificatie-eisen van NOC*NSF zijn gebaseerd op een 4de plek op de wereldranglijst. In principe is elke atleet die zich kwalificeert voor Londen een medaillekandidaat. De medaillewinnaars van het WK in Christchurch hebben bovendien laten zien ook op het juiste moment te presteren.
Omdat de diepte van de velden op de PS geringer is dan op de OS is dit goed te verdedigen. De atleten van het DPT kunnen over dezelfde faciliteiten beschikken als alle andere selectieleden van de Atletiekunie. Die faciliteiten zijn goed tot zeer goed, de daaraan gekoppelde hoge eisen dus ook prima. Zelf heb ik in 2008 gezien dat als je een limiet niet makkelijk kunt halen je niks te zoeken hebt op een groot toernooi. Dan wordt het een grote teleurstelling. Elke atleet die al eens op een groot toernooi mee heeft gedaan zal dat beamen.

Foto: Orange Pictures
Hoe staat de Nederlands aangepaste atletiek er internationaal voor?
Nederland is in het verleden een van de toonaangevende landen geweest. We liepen in het verleden voorop qua integratie van gehandicapten. Daarnaast hebben we een prima functionerend voorzieningenstelsel en genoeg geld. Inmiddels is de gehandicapte sport steeds meer geaccepteerd in de wereld en neemt de concurrentie sterk toe. Topsport is vooral een kwestie van inwoneraantallen. Het streven moet zijn om het net iets beter te doen dan op basis van je inwoneraantal is te verwachten. Daarin slaag het DPT prima. 3 medailles in Beijing viel enigszins tegen. Het WK 2011 was met 5 medailles goed. In Londen streven we naar 4 medailles en 8 finaleplaatsen.
Steeds meer landen kijken naar hoe wij de sport nu organiseren binnen de Atletiekunie. Daarnaast lopen we voorop qua prothesetechniek en maken we grote stappen bij de wheelstoelen. Ook daar willen we leidend zijn.
Jullie hebben een trainingskamp in Valencia gehad. Hoe is dat verlopen? Wie zijn ermee geweest?
We zijn 2 weken naar Valencia geweest. Ook in voorbereiding op het seizoen 2011 waren we daar al. Alle genomineerden plus Iris, Marlou en Henk waren mee naar Valencia. In totaal 11 atleten, 2 coaches, 1 fysio, een prothesemaker en een rolstoelexpert. We hebben daar goed kunnen trainen in voorbereiding op het Paralympische seizoen.
Ronald Hertog zat deze twee weken in Hongarije waar zijn speerwerpcoach woont. Hij traint sinds dit seizoen bij Ferenc Paragi (oud Wereld Recordhouder). Samen met zijn Nederlandse coach Bernadette Fransen heeft hij daar vooral aan zijn techniek gewerkt.
Welke verbeteringen zie je voor het Dutch Paratletics team? En hoe ga die eventuele veranderingen voor elkaar krijgen?
Voor 2012 zie ik geen hele spectaculaire nieuwe dingen gebeuren. We zijn met nog wat zaken ten aanzien van het materiaal bezig maar daar willen we niks over kwijt tot aan de Spelen!!
Op het gebied van materiaal van de prothese hebben we de afgelopen jaren hele grote stappen kunnen zetten door de sponsoring van Otto Bock en Frank Jol. Otto Bock levert de beste materialen voor prothese en Frank Jol bouwt daar ‘worldleading’ protheses van. Ik hoop van harte dat we deze samenwerking ook na Londen kunnen continueren. Ik heb het gevoel dat we heel veel voor elkaar kunnen betekenen.
Heb je verder nog nieuws?
Een aantal atleten van het DPT zal zeker starten tijden de Losse Veter trackmeeting in Tilburg. Ondanks dat atleten zich op deze wedstrijd niet kunnen kwalificeren voor Londen past de wedstrijd goed in de voorbereiding op Londen. Bovendien zijn we zeer benieuwd naar de baan en het Mondo.
Tijdens het NBC zal er op alle 5 wedstrijden een prestatieprijs worden uitgereikt voor de beste prestatie van een gehandicapte atleet van die wedstrijd. Op de laatste wedstrijd in Eindhoven zal de prestatie van het totale NBC worden beloont met de jaarprijs. We hopen op deze manier meer bekendheid te geven aan de prestaties van de gehandicapte atleten. Vorig jaar in Hilversum sprong 1 van de atleten bijna een wereldrecord zonder dat iemand dat opviel. Dat heeft met name te maken met onbekendheid bij het atletiekpubliek. Het is onze taak daar verandering in te brengen. Hopelijk kan ook Losse Veter ons daar bij helpen.
Dit interview werd afgenomen door Erwin van Diemen




0




