Nederland is steengoed in het organiseren van evenementen/feesten. Steengoede topsporters hebben we ook! Hoezo hebben wij dan geen sportcultuur???

We beschikken over een te kleine capaciteit voor talentontwikkeling, alhoewel we dankzij de NTC’s (i.e. Triathlon, Wielrennen, Zwemmen, Atletiek op de goede weg zijn). In de breedte beschikken we slechts over een smalle basis van topsporters. Onze landgenoten bewegen over het algemeen te weinig. 6,5 miljoen Nederlanders zijn te dik, dat is meer dan 40%. Dat is absoluut zorgwekkend te noemen. En tot slot is sport op de scholen terug gebracht tot een minimum, nauwelijks nog schoolzwemmen, maximaal één keer per week LO, etcetera.

De basis van topsporters is zeer gering. Wanneer een absolute topper uit de sport verdwijnt kan dit maar moeilijk opgevangen worden door de opkomende toppers. Veel voorkomend is dat een bepaalde sport in Nederland van extreme hoogtes naar extreme dieptes gaat. Dit omdat ze veelal afhankelijk zijn van dat ene ultieme talent dat de sport weer uit het slop kan trekken.
Het gras is altijd groener bij de buren, maar om landen als Australië, Amerika en Nieuw-Zeeland als voorbeeld te nemen, is sport in deze landen een fundamenteel onderdeel van het lesprogramma in het voortgezet onderwijs.

Voorbeeld: hoe is het mogelijk dat de in de triathlonwereld relatief onbekende Amerikaan Lukas Verzbicas aan de start staat van het WK voor junioren en er direct met de titel vandoor gaat. Het verhaal achter deze atleet is nog meer bijzonder. Zijn beste vriend, een triatleet die als kanshebber gold voor de wereldtitel bij de junioren, werd geconfronteerd met kanker. Hierop zei Verzbicas dat hij de wereldtitel voor hem ging winnen en besloot zich op het WK triathlon te richten. Dat hij uiteindelijk ook die titel pakte maakt het verhaal natuurlijk compleet. Maar bij mij rijst dan direct de vraag; hoe kan het dat een hardloper, ongeacht zijn gigantische status in het hardlopen, zo hard kan zwemmen (hij kwam immers bij de snelsten uit het water en reed binnen enkele kilometers op kop van het veld)? Het antwoord is: Voortgezet Onderwijs Sport. Waar in Nederland het sportprogramma in het onderwijs veelal enkel en alleen bestaat uit twee uurtjes lichamelijke opvoeding per week, is sport in Amerika (als ook voorgaand genoemde landen) een essentieel onderdeel van het lesprogramma. Sporten bevordert niet alleen de gezondheid, het bevordert ook het leervermogen, en zorgt uiteindelijk ook voor een gigantische vijver van talenten.

Bovengenoemde atleet kreeg in het middelbaar onderwijs regelmatig te maken met zwemmen. Gevolg, gooi in Amerika een hardloper in het water, en grote kans dat hij niet alleen blijft drijven, maar dat hij ook nog eens snel vooruit komt. In Nederland richt de Nederlandse Triathlon Bond zich voornamelijk op de zwemwereld, om daar te zoeken naar zwemmers die misschien ook nog een beetje talent hebben voor het hardlopen. Op zich natuurlijk een logische stap, aangezien we op zwemniveau in de triathlons veelal te kort schieten. Echter het huidige zwemmen in een triathlon vereist niet per definitie de standaard zwemkwaliteiten van wedstrijdzwemmers in zwembaden. Bovendien zul je atleten moeten hebben die 14 blank op de 5km of ruim onder de 30min op de 10km kunnen lopen. Daarvan is in Nederland al een schaarste, en de atleten die dit kunnen die zullen waarschijnlijk nog nooit echt gezwommen hebben.

In ons huidige Onderwijs worden er wel degelijk diverse activiteiten rondom sport georganiseerd. Een voorbeeld hiervan is het succesvolle Mission Olympics.

Maar wat ontbreekt is structuur en consistentie. ‘Consistency is key’ is een uit topsport bekende leus. Deze leus geldt echter ook voor veel andere aspecten in ons leven. Topsport en een maatschappelijke carriere verschillen uiteraard in vele opzichten, maar er zijn wellicht meer overeenkomsten dan menigeen denkt. Waar een topsporter tien jaar nodig heeft om op zijn top te komen, studeren mensen veelal even lang om uiteindelijk zijn/haar gewenste beroep te kunnen en mogen uitoefenen.

Voortgezet Onderwijs Sport, scholencompetities, dat is de key tot een Nederlandse Sportcultuur. Alleen al wanneer sporters op hun school erkenning krijgen zal al een positieve impuls geven. Elke ochtend een omroepbericht door de hele school waarbij ook sportprestaties van leerlingen vermeld worden. Hierdoor krijgen die leerlingen aanzien, waardoor topsport een beter imago krijgt onder de jeugd. Iets wat essentieel is bij het creëren van een sportcultuur.