Veelgemaakte trainingsfouten: ‘De meeste vrouwen benutten niet hun volledige ademhaling’

In deel 1 van veelgemaakte trainingsfouten gaf Eugene Janssen, sportarts en verdienstelijk marathonloper, uitleg over veelgemaakte trainingsfouten bij recreanten op het gebied van de lange tempo’s. In deel 2 ging Jansen in op de misvattingen van drempeltraining en recreanten. Eugene Janssen is als geen ander in staat om het kaf van het koren te scheiden. Om inzicht te krijgen in de oneindige stroom aan informatie over training deelt hij een aantal opvattingen inzichten, die hij de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Wij interviewden Eugene Janssen voor het Losse veter magazine #2. Hij formuleerde vijf prikkelende stellingen. Vandaag publiceren we de vierde en vijfde stelling.

De Twentse Vrouwenloop  27-09-2014  (358)

’Hoe meer sixpack, hoe minder core stability’
Het belang van een goede core stability wordt de laatste jaren door bijna alle trainers onderkend. Een goede rompstabiliteit is van belang om zo efficiënt mogelijk te lopen. ‘Het is belangrijk, want als je in je onderlichaam iets naar links doorzakt dan ga je dat met je rechterbovenlichaam corrigeren. Zonder goede rompstabiliteit krijg je dan een zwabberend systeem’, vertelt Janssen. Een goede rompstabiliteit is essentieel volgens de sportarts, maar tegelijkertijd ook ontzettend moeilijk aan te leren als je die van nature niet hebt. ‘Een oefening één centimeter fout uitvoeren is al totaal zinloos. Als je lichaam uit zichzelf niet weet wat het moet doen, dan is de kans heel groot dat je het niet goed doet. Dit vergt veel energie.’

Daarbij wordt vaak niet goed begrepen wat rompstabiliteit werkelijk inhoudt. Meestal spreek je over de buikspieren. Ter verduidelijking haalt Janssen een uitspraak aan die hij eens hoorde van een Belgische fysiotherapeut: ‘Hoe meer six pack, hoe minder core stability. De buikspieren zijn dynamische spieren, terwijl core stability vooral vanuit de statische spieren moet komen.’

De meeste vrouwen benutten niet hun volledige ademhaling
Janssen stelt dat maar liefst 80 procent van de vrouwelijke loopsters niet haar volledige ademhaling benut. Volgens de sportarts is dat er vooral aan te wijten dat zij vanaf hun dertiende veel met hun uiterlijk zijn bezig geweest. ‘Ze houden hun buik vaak in en dan kun je daar geen beweging in krijgen, dan gebruik je een deel van de ademhaling niet. Er wordt vaak gesteld dat er twee soorten ademhaling bestaan: de borst- en de buikademhaling. Zelfs tijdens mijn opleiding geneeskunde kregen we dat zo geleerd, maar dat is niet waar. Je hebt één ademhaling en die bestaat uit borst-, buik- en flankademhaling. De flank heeft slechts een aandeel van 4 procent dus daar moet je in verhouding teveel tijd insteken om dat te verbeteren. In het dagelijks leven heb je ruim voldoende aan buik- of borstademhaling. Dat is ook de reden waarom men erover praat alsof het twee verschillende systemen zijn. Maar in feite moet je zeggen dat men maar een deel van de ademhaling benut. Pas als je leert om de totale ademhaling (buik-borst) ademhaling te gebruiken, ga je beter presteren. Dit betekent dat je moet starten met een uitademing waarbij je actief je buik intrekt (actieve uitademing) en vervolgens de buikspieren loslaat (passieve inademing). Zet vervolgens de borst op (actieve inademing) en laat daarna de borst weer los (passieve uitademing). Daarna trek je weer actief de buik in voor de volgende ademhaling.’

Meer lezen over training, voeding, oefeningen? Het Losse veter magazine besteedt hier elke editie ruimschoots aandacht aan. Daarnaast columns van Abdelkader Benali, inspirerende hardloopverhalen en mooie fotografie. Deze maand hebben we een mooie aanbieding: Voor slechts € 29,95 lees je een jaar lang het Losse Veter magazine en krijg je gratis Philips sportoortjes cadeau

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>