Trainer Guido Hartensveld over het onderschatte belang van de lange duurloop


foto: Orange Pictures

De lange langzame duurloop kampt met een imagoprobleem. In dit tijdperk van snelheid, een jachtig bestaan en een korte concentratie- boog zouden veel lopers hem liever voor inwisselen voor een trainings- vorm die sexyer is en minder tijd vergt. Guido Hartensveld, trainer van onder andere marathonloper Michel Butter, stelt vraagtekens bij deze trend. Naar zijn mening is de lange langzame duurloop een essentieel onderdeel van de marathonvoorbereiding. Voor de recreatieve loper zelfs nog belangrijker, dan voor de topatleet, zo beargumenteert Hartensveld.

De aantrekkingskracht van de marathon is groter dan ooit. Ieder jaar lijkt het aantal deelnemers aan de grote stadsmarathons te groeien. De mythi- sche afstand, het afzien en de man met de hamer bezorgen de marathon een hoge klassering op menige bucketlist. Hartensveld is dan ook van mening dat de marathon met respect benaderd dient te worden.‘Met andere woorden, je ziet dat veel lopers er veel te snel aan meedoen. De finish halen is het belangrijkste doel, maar dan is het bijzondere er in mijn ogen vanaf. De marathon zou de kroon op je wensenlijstje moeten zijn. Dus ook alleen als je hem goed voorbereid hebt, dat maakt de beloning groter en ik vind het alleen maar onzinnige roofbouw als je dat veel te snel wilt doen. Dat merk je bij recreanten. Ze willen heel snel de marathon doen, maar waarom dan zo snel? Dan wordt het een soort van ongezonde weddenschap.’

De marathon is in de ogen van Hartensveld het koningsnummer van de lange afstand. Hij begrijpt dat de gemiddelde loper niet de tijd en toe- wijding heeft om zich volledig op de marathon te richten en er alles uit te halen. Maar hij wil waarschuwen voor de keerzijde. Hij ziet regelmatig lopers finishen die er niet klaar voor zijn.‘Die komen helemaal kapot, of zelfs ziek, aan de finish. Het is soms wel schrikken wat je daar ziet.’ Een goede voorbereiding kan veel leed voorkomen. De lange duurloop is volgens Hartensveld de basis van die voorbereiding. Rustige kilometers maken klinkt niet sexy en zeker in een tijd dat er mensen zijn die roepen dat je met trainingen van maximaal 14 kilometer een marathon kunt lopen.‘Shortcuts bestaan niet op de marathon’, zo stelt Hartensveld. Lees verder in het gratis online marathonmagazine van New Balance.

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

  • Ik ben het helemaal met Meppie eens. Trainers moeten zich blijven verdiepen, aannames los leren laten en kijken naar principes die er werkelijk toe doen. Uit de wetenschappelijke literatuur komt naar voren dat kwaliteit belangrijker is dan kwantiteit (dat is zo 20e eeuw)Marathonlopers zijn teveel gericht op kilometeromvang en het maximaal vullen van hun ‘benzinetank’, terwijl de grootste winst te behalen is in het verbeteren van de voorwaarden waaronder hard gelopen kan worden. Marathonlopers moeten duurlopen durven inleveren ten gunste van krachttraining: onder de halters en aan de slag met kettlebells. Een sterk lichaam (houdingsspieren) geeft meer garantie op een goede loopeconomie over de hele marathonafstand dan het trainen van veel kilometers. Een sterke lichaam is minder blessuregevoelig. Duurinspanningen boven het uur hebben een katabool effect op de hormoonhuishouding. Kracht herstelt juist de hormoonbalans door het vrijkomen van testosteron, groeihormoon en igf. Ik vind het (al eerder hier opgemerkt) uiterst merkwaardig dat Nederlands beste marathonloper Abdi in zijn voeding zweert bij pasta’s met het argument: ik verbruik veel dus ik moet veel eten. Dit getuigd van het calorieënmisverstand. Leuk dat het ooit de wereld is ingeholpen, ‘jammer’dat Abdi zich op voedingsgebied niet laat bijstaan door mensen die op de hoogte zijn van de nieuwste inzichten.

    • het onderbreken van goede begeleiding op het gebied van voeding kom ik meerdere sporten tegen. Het bereiken van een optimaal voedingspatroon is niet eenvoudig. Zeker niet op het niveau van de topsport. Dat er op zijn minst wordt gekeken naar de verhouding macro en micronutrienten is zelfs voor een minder intensief trainende atleet van groot belang. Het controleren op eventuele tekorten en deze op een goede manier oplossen is tevens van belang, De timing van de inname van voedingsstoffen is daarnaast ook van belang.
      Hoe dit bij individuele atleten is valt niet te beoordelen. De eigen kennis van bijvoorbeeld Abdi is moeilijk te peilen.
      Maar enige advies is op dit gebied wel aan te raden.

  • bwassenaar3@hotmail.com

    De verschillende trainingsbelastingen moeten afgestemd zijn op de verschillende wedstrijdfases in een jaar/afgestemd op een meerjarenvisie. Dus beweren, dat kwaliteit voor kwantiteit gaat, in niet opportuun. Gedurende een trainingsjaar/-jaren is er altijd sprake van een mix tussen kwantitiet, kwalteit, kracht, snelheid, coordinatie, enz. Gedurende een jaar/in jaren leg je hierin accenten, al naar gelang of er sprake is van een voorbereidingsperiode, een wedstrijdperiode, een herstelperiode of een rustperiode, alsmede op basis van de trainings- en de biologische leeftijs van een atleet. In de Engelse trainingsvisie wordt deze benadering de “multitier methode” genoemd, een benadering, die mij erg aan het hart ligt! Deze multitier benadering kan ook worden toegepast op het voedingspatroon van een atleet: in een macro/mesocyclus, wat is de procentuele verhouding eiwitten, koolhydraten en vetten, en wat zijn daarbij de benodigde hoeveelheden micronutriënten.