Jan-Albert Lantink: ‘Mijn hoge vetverbranding is ontwikkeld door heel veel trainen en heel matig eten’

Door: Miriam van Reijen

In 2013 kondigde de toendertijds 55-jarige Jan-Albert Lantink aan dat hij ging stoppen. In 24 jaar hardlopen had Lantink alles uit zijn lichaam gehaald. Even daarvoor was hij gestart in de 246 km lange Spartathlon, om na 206 kilometer op te moeten geven. Drie jaar eerder, in 2010, had hij nog geschiedenis geschreven door als 2e te finishen. Maar nu was zijn lichaam er klaar mee. Dacht hij.

Gelukkig herzag de ultraloper zijn beslissing. Met succes. Afgelopen jaar liep hij in Belfast het M55 wereldrecord op de 100 km. In de onwaarschijnlijk snelle tijd van 7u07.26 (14.03 km/uur oftewel 4.16 min/km) verbrak de 58-jarige Jan-Albert het oude record met maar liefst 3,5 minuut. En passant zette hij tijdens die wedstrijd ook het M55 6 uurs record neer, door in iets minder dan 6 uur 83,470 km te lopen. Waar hij het op doet? Op een unieke vetverbranding.

Superverbranding
Twee jaar geleden stond Jan-Albert bij de University of Birmingham op de lopende band. Onderzoekster Sophie Killer – een pupil van Asker Jeukendrup – testte hierbij zijn koolhydraat- en vetverbranding tijdens een halve marathon (12,3 km/uur). Uit de test bleek dat Jan-Albert over een unieke eigenschap bezit. Zijn vetverbranding start vrijwel direct bij het lopen en bleek ongekend hoog. Gedurende test kwam maar liefst ±78% van de energie die Lantink leverde uit de vetverbranding. Per minuut betekende dit 1,2 gram vet. En dit terwijl hij tijdens de test 60 gram koolhydraten per uur innam. De wetenschappers die Lantink onderzochten spraken van een “ongeloofelijke en uniek hoge vetverbranding”. Essentieel voor de lange afstanden waar hij voor traint. Maar deze eigenschap een uniek talent van Jan-Albert noemen, doet zijn trainingsarbeid te kort. Deze vetverbranding heeft hij waarschijnlijk niet zomaar gekregen. Maar ontwikkeld door trainen, heel veel trainen. En heel matig eten.

Een shake, een potje kwark en wat avondeten
Voor iemand die ruim 200 kilometer per week traint eet Jan-Albert opvallend weinig. Voordat hij ’s ochtends de deur uitgaat voor zijn eerste training van de dag – een slordige 20 a 25 kilometer – neemt hij enkel twee kopjes koffie. Na afloop van de training, die ook weleens tempo’s of heuvels bevat, vult hij zijn energie aan met een herstelshake met wei en een drank met koolhydraten en elektrolyten. Een snel en vullend ontbijt, ideaal voor de arts Lantink die daarna direct gaat werken.
Tussen het werken heeft hij vaak weinig tijd om uitgebreid te lunchen. Een halve liter magere kwark en, als hij eraan denkt wat fruit, is het enige dat hij overdag eet. Pas ’s avonds eet Lantink zijn eerste volwaardige maaltijd, als hij gewoon met het gezin mee-eet. Niet zelden staat er daarna nog een tempo- of uitlooptraining op het programma. Dat avondeten is tegenwoordig vaak zonder vlees. De vleeskwestie is sterk verdeeld in huize Lantink. Waar zijn ene dochter het liefst ontbijt met eieren met spek, is de ander overtuigd vegetariër. Lantink eet van twee walletjes; het minderen met vlees bevalt hem wel, maar helemaal afzien van vleesinname doet hij niet. Voedingswetenschapper Floris Wardenaar maakte hem er op attent dat hij vooral op zijn eiwitten moest letten. “Als oudere loper is de opname van eiwit verminderd, dus moet ik meer eiwitten eten om te zorgen voor mijn spierherstel. Vooral een herstelshake voor het slapen is belangrijk, dat bevordert het herstel gedurende de nacht.”

Train low, race high
Hoewel Jan-Albert weinig eet in zijn trainingsperiode kan hij tijdens een race enorme hoeveelheden suiker verteren. “Tijdens de race neem ik natuurlijk wel koolhydraten. Veel koolhydraten. Zonder problemen neem ik 80 gram koolhydraten per uur (wat overeenkomt met 3,5 energiegelletje). Deze 80 gram is het resultaat van veel trial-and-error. Ooit probeerde ik eens 110 gram per uur op te nemen. Maar dat ging volledig mis. De dag voor de race drink ik ook enorme hoeveelheden. Ik geloof erg in de theorie van dr Stacey T. Sims. Zij stelt dat koolhydraatinname minder belangrijk is dan een goede vochthuishouding. Je zou niet langzamer gaan lopen door een gebrek aan koolhydraten, maar door een gebrek aan vocht. De dag voor een wedstrijd neem ik dan ook graag ORS of een andere drank met veel elektrolyten.
Ooit dronk ik de avond voor een wedstrijd twee grappa’s om mezelf moed in te drinken. Die wedstrijd ging ongekend hard. Sindsdien hoort het standaard bij mijn wedstrijdritueel.”

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>