Armand Bettonviel: ‘Voeding maakt geen talent van je maar het maakt wel dat je je talent kunt vergooien’

Goede voeding is essentieel als je optimaal wilt presteren. Het is een eenvoudig principe dat we allemaal kennen. Toch hebben we soms de grootste moeite om dit ook in praktijk te brengen. In de drang om te presteren neigen we er nog wel eens naar om ons te verliezen in details. We lezen over al die, al dan niet bewezen, positieve effecten van bepaalde voedingsmiddelen en vragen ons af hoe we dit moeten inpassen in ons eetpatroon. Door al die publicaties zien we soms door de bomen het bos niet meer.

07262012_Bettonville_Armand_004

We besloten daarom een deskundige te vragen om ons de weg terug naar de basis te wijzen. We gingen in gesprek met Armand Bettonviel, de voedingsdeskundige die een groot aantal topsporters begeleidt. Hij is onder andere verbonden aan het NOC*NSF en diverse topsportploegen en weet daardoor als geen ander wat voeding doet met het lichaam van een topsporter.

‘Voeding heeft eenvoudig gezegd twee functies. Het levert de energie om de trainingen en de wedstrijden aan te kunnen en moet daarna zorgen voor het herstel van de aangerichte schade,’ begint Bettonviel. ‘ Topsport is eigenlijk heel simpel. Je moet zorgen dat het herstel groter is dan de schade. Daarbij speelt voeding een cruciale rol. Als jij het lichaam niet de juiste stoffen aanreikt om de schade te herstellen dan bouwt die schade zich langzaam op.’

Om een goede analyse te maken kijkt Bettonviel eerst naar de verhouding koolhydraten, eiwitten en vetten. ‘Algemeen kun je stellen dat koolhydraten en vetten zorgen voor de energie en eiwitten een belangrijke rol spelen bij het herstel.’ Samen zijn dit de drie macronutriënten die we in de juiste verhouding tot ons moeten nemen om tot optimale prestaties te komen. Dat is voor Bettonviel dan ook de basis voor elk voedingsplan ‘Die verhouding ligt voor elke sport anders. Duursporters zullen in verhouding meer koolhydraten nodig hebben terwijl krachtsporters juist meer behoefte aan eiwitten hebben.’

De tweede cruciale stap in een goed voedingspatroon is volgens Bettonviel de timing. Het gaat er niet alleen om wat je eet maar ook wanneer. ‘Het lichaam moet op de juiste momenten van de juiste brandstof voorzien worden. Die puzzelstukjes moeten in elkaar vallen om optimaal te kunnen presteren.’

Om te kunnen bepalen of jij de goede balans gevonden hebt in je voeding zul je goed moeten weten wat je eet. Het is daarom belangrijk om een goede analyse te maken. ‘Daarvoor kun je terecht bij een diëtist of een voedingsdeskundige maar je kunt dat ook prima zelf doen. Er zijn ook via internet handige tools, zoals de eetmeter, te vinden die je daarbij kunnen helpen.’

Met die stappen moet iedereen in staat zijn een uitgebalanceerd voedingsplan samen te stellen. Op die manier kun je voldoende eiwitten, koolhydraten en vetten tot je nemen en ook de benodigde vitamines en mineralen binnenkrijgen. ‘In theorie kom je met uitgebalanceerde voeding weg maar in de praktijk zul je zien dat er altijd wel ergens gaten vallen. Met goede voeding kom je een heel eind maar ik heb volgens mij nog nooit een (top)sporter gezien waarbij er niets ontbrak. Kijk bijvoorbeeld naar mensen die heel erg gezond eten door veel rauwe groenten te eten. Die zullen goed zitten qua mineralen en vitamines maar zullen tekort komen op het vlak van eiwitten. Plantaardig voedsel is sowieso minder efficiënt voor aanzet tot herstel.’

Om die eventuele gaten op te vullen kun je dan gebruik maken van suppletie. Daaronder vallen zaken zoals vitaminetabletten, eiwitshakes en dergelijke die je naast je normale voeding gebruikt om alle benodigde voedingsstoffen binnen te krijgen. Bettonviel gebruikt suppletie in zijn dagelijkse praktijk als een soort kapstok. ‘Als je kijkt naar duursporters dan is de behoefte aan koolhydraten bijvoorbeeld zo groot dat het niet wenselijk is om dat allemaal via je dagelijkse voeding toe te dienen. In dat soort gevallen is suppletie een goede manier en dat zou ik ook aanraden. Het mooiste vind ik als er een vast en degelijk voedingspatroon door het hele seizoen wordt aangehouden en dat je bijvoorbeeld het verschil tussen rust- en trainingsdagen opvangt met sportdranken. Ik creëer een kapstok waar ik dingen aan kan hangen en ook weer van af kan koppelen. Dan is suppletie heel belangrijk.’

Bij suppletie komen we ook meteen bij de vitamines en mineralen. Volgens Bettonviel is er voorzicht geboden met het klakkeloos nemen van allerlei voedingssupplementen. ‘Uiteraard zijn mineralen en vitamines ook belangrijk maar als je naar hoeveelheden kijkt is het een aflopend verhaal. Als je koolhydraten en eiwitten kwalitatief goed invult dan is de inname van vitamines en mineralen in principe op orde. Je moet het niet omkeren. We kijken eerst naar de macronutriënten. En daarbij, ik wil dat toch nog eens benadrukken, suppletie is aanvullen op, dat betekent dat je wel moet weten wat de uitgangssituatie is.’

En als blijkt dat het nodig is om extra vitamines en mineralen te nemen dan doemt al snel het volgende probleem op. Hoe moet je een weloverwogen keuze maken uit dat immense aanbod. Bettonviel begrijpt het probleem maar heeft daar zelf minder last van. Omdat hij met topsporters werkt valt het grootste deel van de producten af. ‘ Het begint bij topsport bij de zuiverheid, de bulk valt dan al af want ik heb een garantie nodig dat er geen onzuiverheden in zitten die kunnen leiden tot een positieve test.’ Daarnaast is er volgens hem bij bepaalde producten zoals visolie zeker sprake van kwaliteitsverschil tussen de verschillende merken maar voor hem is er iets wat nog belangrijker is om op te letten. Dat is de dosering. ‘Meer is niet altijd beter. Bij topsporters raden wij in de meeste gevallen een multivitamine aan als aanvulling op de dagelijkse voeding. Daarmee wil je kleine hiaten opvangen die mogelijk kunnen optreden maar dan wil je een laaggedoseerde multivitamine hebben.’

Het gaat te ver om alle mineralen en vitamines afzonderlijk te behandelen maar Bettonviel raadt atleten aan in deze periode van het jaar extra alert te zijn op vitamine D. ‘ Het is een aanrader om dat te laten controleren. Als dat te laag is dan heeft dat heel veel invloed op je prestatievermogen. De sporters die nu in de hal zitten, zoals schaatsers en atleten, lopen een groter risico op een te lage vitamine D spiegel.

Voor wie precies wil weten welke stoffen nu daadwerkelijk de prestatie positief kunnen beïnvloeden verwijst Bettonviel naar de lijsten van het Australian Institute of Sport. ‘Er worden vier lijsten gehanteerd bij het AIS. De eerste lijst bevat zo’n vijftien stoffen die een bewezen effect hebben zoals cafeïne en bicarbonaat. Daar is van bewezen dat daar een voordeel te halen is. De tweede lijst bestaat uit acht tot tien stoffen waarvan heel sterk het vermoeden bestaat dat ze effect hebben, denk hierbij aan nitraat en beta-alanine. Op de derde lijst, dat is veruit de grootste lijst, staat alle troep. Dat zijn alle merken die grote beloften doen zonder wetenschappelijk draagvlak. En op de vierde lijst staan stoffen die een positieve dopingtest kunnen opleveren.’

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>