Wijze looplessen: Wel of geen loopscholing?

Sporters die daarna trainer worden, het is geen garantie op succes. Maar als het werkt, dan brengen zij een leven lang aan sportwijsheid met zich mee. Dat geldt ook voor Grete Koens, Eddy Kiemel en Bram Wassenaar. Drie oud-atleten die ook als trainer succesvol zijn. Ooit waren ze zelf atleet en behoorden zij tot de nationale top. Daarna maakten ze een overstap naar het trainersvak. En met succes.

GreteKoens_3448588_KN

Koens is al een aantal jaren bondscoach van de middenlange afstand. Wassenaar begeleidde onder andere Han Kulker, Kamiel Maase en tegenwoordig Andrea Deelstra naar mooie successen. Kiemel pakte al ontelbare NK-medailles met de atleten van Team4Mijl en timmert tegenwoordig ook internationaal aan de weg met Thijmen Kupers.

Voor het Losse Veter magazine nummer 10 vroegen wij hen te reageren op een aantal vragen waar lopers van ieder niveau mee worstelen. Uit dit artikel halen we vandaag één vraag: Maakt loopscholing je tot een betere loper?

Grete Koens
‘Van de traditionele loopscholing die ik bij veel loopgroepjes zie (de tripling, skipping en hakken-billen) ga je geen minuut harder lopen. En het is ook een utopie om te denken dat je met het oefenen van een deelbeweging automatisch een transfer krijgt naar de totale loopbeweging.’

‘In plaats van loopscholing praat ik liever over techniektraining en die moet je veel breder zien. Dat is ook gewoon echt lopen in plaats van gehuppel op de plaats. En ik zie krachttraining ook als een vorm van techniektraining. Binnen de krachttraining creëer ik voorwaarden en probeer ik de houding te optimaliseren waardoor iemand harder/beter gaat lopen. Verder varieer ik ook graag binnen de techniekoefeningen (in snelheid, richting, houding, ritme etc.) om een groter leereffect te bewerkstelligen. Ik stel het motorisch leervermogen van de sporters echt op de proef. Tot slot: als je techniektraining doet, dan moet dat met de volledige aandacht en focus. Gezellig gekeuvel tijdens een oefening traint vooral de kaakspieren. Ik kan mij voorstellen dat het sociale aspect bij veel loopgroepen belangrijk (of wellicht het belangrijkste) is, maar dan heeft de warming-up dus een ander doel, namelijk sociale interactie. Binnen de topsport gelden echter andere wetten en daar is goede concentratie er 1 van. Praten en lol maken doen we dan in de pauze’s.’

bram Wassenaar docu

Bram Wassenaar
‘Jazeker, dat zie ik aan Andrea Deelstra. Zij is een heel andere loopster geworden dan vijf jaar geleden. Kamiel Maase ook, die liep in het begin ook heel zittend. Je kunt op zo'n moment de strekking van het been bij de afzet benadrukken door het doen van explosieve sprongetjes. Andrea liep in het begin ook zittend en landde bovendien op haar hak. We hebben daar vooral aan gewerkt met behulp van loopsprongen. Als je dat weet te veranderen dan scheelt dat heel veel energie, vooral bij een marathon. Ik zou het recreanten ook aanraden ná een training. Je bent dan een beetje stram. Een aantal oefeningen en daarna nog 5 minuten uitlopen en je bent weer helemaal fris.’

Eddy Kiemel
‘Bij topatleten heeft loopscholing (gericht op techniekverbetering) absoluut zin, maar daar is de te investeren tijd vaak minder een issue dan bij de recreatieve loper. Bij de recreatieve loper moet het accent liggen op het wegnemen van de basisfouten, maar ik adviseer altijd om hier niet “eindeloos” mee bezig te gaan. Je kunt die tijd beter besteden aan lopen. Dat levert doorgaans meer progressie op.’

Het volledige artikel met de overige vragen als ‘Zijn er verschillen in het trainen van mannen en vrouwen?’, ‘Wat zijn de belangrijkste ingrediënten voor progressie bij een recreatieve loper?’ etc. is te lezen in het Losse Veter magazine nummer 10.

Add Comment Register



Beantwoord

Connect with:

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>