Veelgemaakte trainingsfouten: Deel 1

Soms kom je mensen tegen die de meest complexe materie heel eenvoudig doen lijken. Mensen met een schat aan ervaring en kennis. Zij hebben zich deze materie zo eigen gemaakt, dat de wereld er in hun ogen heel vanzelfsprekend uitziet. Mensen die je met plezier meenemen in die volstrekt logische wereld. Eugene Janssen (leeftijd) is zo iemand. Zijn naam zal niet iedereen bekend in de oren klinken, maar hij draait al heel wat decennia mee in de duursport. Tegenwoordig is Janssen beroepsmatig werkzaam als sportarts en inspanningsfysioloog, onder andere actief als trainer van wielrenner Laurens ten Dam. Eerder was hij ook actief als bondscoach voor de marathon.

hardlopen vrouwen menstruatie

Het is slechts een kleine greep uit de rollen die Janssen vervult. De Limburger ademt in alles sport. Hij raakte ooit zelf besmet met het loopvirus en ontwikkelde zich tot een regionale subtopper. Het bracht hem tot 2:27 op de marathon en liep twaalf seconden op de 100m. En dat in hetzelfde jaar. Maar het talent ontbrak om echt door te breken. Om toch beroepsmatig in de sport actief te blijven, volgde hij een opleiding tot inspanningsfysioloog. Hij promoveerde op de marathon. Ook volgde hij trainerscursussen en voltooide in 20?? de opleiding tot sportarts. Dit mengsel aan kennis en praktijkervaring heeft jaren kunnen pruttelen en indikken tot een unieke en doorgetimmerde kijk op duurtraining. Meten doet hij allang niet meer. Het oog van de meester is net zo nauwkeurig afgesteld als al die instrumenten samen.

Janssen is als geen ander in staat om het kaf van het koren te scheiden. Om inzicht te krijgen in de oneindige stroom aan informatie over training deelt hij een aantal opvattingen inzichten, die hij de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Wij interviewden Eugene Janssen voor het Losse veter magazine #2. Hij formuleerde vijf prikkelende stellingen.

Vandaag stelling 1: Recreatieve lopers trainen vaak verkeerd
De toenemende populariteit van hardloopevenementen heeft ertoe geleid dat steeds meer mensen zijn gaan hardlopen. Deze steeds groter wordende groep recreatieve lopers wordt vaak getraind zoals ook de serieuze atleet wordt getraind. Dat werkt volgens Janssen averechts. ‘De vertaling van een training van regionale toppers naar recreanten is vaak ondoordacht.’ Om dit te illustreren haalt hij een voorbeeld aan. ‘Die regionale topper traint bijvoorbeeld zes keer 1000 meter en vervolgens laat men dat de recreatieve loper ook doen. Maar de topatleet loopt zo’n 19 kilometer per uur tijdens intervaltrainingen. Zijn duurlopen zal hij op 13 kilometer per uur doen. Dat is een verschil van 6 kilometer per uur. De recreant loopt zijn duurtrainingen echter op 10 kilometer en de intervallen misschien op 11 kilometer per uur. Dat gat is te klein. Je traint dan geen verschillende systemen. Het tempo hier is nagenoeg hetzelfde als tijdens de duurloop, alleen dan met pauzes. Het heeft geen zin als trainingsmodel.’

Die lange tempo’s zijn volgens Janssen onzinnig voor recreanten en op termijn zelfs contraproductief. ‘We moeten van een recreant geen topatleet willen maken. Ze hinderen zichzelf door lang te hard willen lopen. Duurlopen maken je lui en als je niet op de techniek let, wordt dat ook nog ieder jaar minder.’ Janssen pleit er dan ook voor om deze lopers alleen korte tempo’s te laten lopen van zo’n 200 tot 300 meter. En daarbij is de snelheid niet eens het belangrijkste waarop gelet moet worden. Die intervallen zijn uitermate geschikt om met een goede techniek en motoriek te leren lopen. ‘Een beetje betere techniek met je armbeweging kan al veel resultaat hebben. Als de staplengte beperkt is door een beperkte armbeweging dan kun je veel beter werken aan die armbeweging.

Meer lezen over training, voeding, oefeningen? Het Losse veter magazine besteedt hier elke editie ruimschoots aandacht aan. Daarnaast columns van Abdelkader Benali, inspirerende hardloopverhalen en mooie fotografie. Deze maand hebben we een mooie aanbieding: Voor slechts € 20,17 lees je een jaar lang het Losse Veter magazine

LVM15_spreadsencover_770

Add Comment Register



Beantwoord

Connect with:

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

  • De langzamere recreant die intervallen doet met enkele km’s hoger tempo traint wel degelijk een ander systeem, want hij ervaart deze inspanning (als het goed is) als intensief, Immers zijn hartslag is hoog, bijvoorbeeld 175 bpm en dat komt dan weer overeen met de snellere hardloper. Dat het verschil in trainingssnelheden slechts 3 km/u is wil dus niet zeggen dat 10 en 13 km/u gelijkwaardige trainingsvormen zijn voor een recreant. Om sneller te worden moet je trainen in het langduriger vasthouden van een hoger tempo.
    Korte intervallen van slechts 200 meter zijn dan echt niet voldoende voor een relatief snelle tijd op bijvoorbeeld de 10 km, laat staan een marathon…

  • Eugene slaat de spijker op zijn kop. Je loopefficientie blijft met die kortere intervallen beter (zonder dat je uitgebreid allerlei loopscholingsoefeningen hoeft te doen), en je traint wel degelijk je duurvermogen. Alles hangt af van de juiste intensiteit en pauzeduur.