10 januari 1999: Greg van Hest blikt terug op zijn overwinning in Egmond

Op 10 januari 1999 regisseerde hij in Egmond aan Zee zijn mooiste overwinning uit zijn topsportbestaan. Greg van Hest geselde het peloton en soleerde naar 1.01.19 uur, een parcoursrecord dat twaalf jaar lang onovertroffen bleef. Die aanvalslust werd zijn handelsmerk, maar luidde ook zijn ondergang in.

Geregeld dwalen zijn gedachten naar ‘de halve van Egmond’ af. En niet alleen omdat hij er de hoogtijdag van zijn sportieve leven beleefde. Want de mooie herinneringen zijn niet alleen op die ene, speciale wedstrijd terug te voeren. Sterker, Van Hest koestert de 1998-editie misschien nog wel meer. Al is dat niet vanwege de uitslag. Want die tweede plaats, hoe verrassend ook, vervloekte de debutant destijds.

GregvanHest_Egmond_770
foto: Losse Veter

Drie seconden kwam hij bij zijn vuurdoop tekort. Van Hest was niet zozeer op waarde geklopt, maar werd op routine afgetroefd. De Mexicaan Germán Silva, als tweevoudig winnaar van de New York City Marathon een langeafstandsloper van kaliber, bezorgde hem een desillusie door na zijn beulswerk pal voor hem te eindigen: 1.03.08 om 1.03.11 uur.
Paul Evans, de Brit met de Chicago Marathon op zijn erelijst en gedurende dat weekeinde de kamergenoot van Van Hest in Hotel Zuiderduin, complimenteerde hem niettemin na afloop. Nadat de latere nummer vier aan de vooravond zich al als vraagbaak had opgeworpen, roemde hij na afloop het onbevangen optreden en de snelle eindscore van Van Hest. ‘De gesprekken die ik met hem heb gevoerd, staan nog altijd in mijn geheugen gegrift. Evans maakte iets in mij los, liet mij beseffen dat ik erbij kon gaan horen.’

Gerard Nijboer, bondscoördinator wegatletiek, reageerde gereserveerder. ‘Je moet er niet aan denken dat Greg had gewonnen’, stamelde de Europees marathonkampioen van 1982 en winnaar van olympisch zilver bij de Spelen van Moskou in 1980. ‘Dan zou hij menen altijd zo te moeten lopen.’

Van Hest liet zich niet beteugelen. Integendeel. In de voorbereiding op het jaar erna trainde hij dagelijks in De Loonse en Drunense Duinen. Het was een vast rondje met dezelfde ondergronden, ik bootste als het ware de Egmondse situatie na. ‘Drie maanden lang heb ik ernaar toegeleefd. Mentaal was ik er klaar voor. Na de start ging ik er meteen vandoor. Niemand kon me meer bijhalen. Een euforisch gevoel gaf me dat. Ik had mezelf in de annalen gelopen.’

Destijds was het parcours nog omgekeerd: na de start op de boulevard ging het eerst richting de duinen in plaats van het strand. ‘Die route maakte het spannender. In de duinen, buiten het zicht van de meeste toeschouwers, gebeurde al van alles en op het strand was de ontknoping goed te volgen. Ik herinner me nog dat ik de eerste keer met m’n vader mee was. Ik zag vanuit de verte op het strand een autokoplamp opdoemen en de contouren van een hardloper. Ik was meteen verkocht. Ooit loop ik mee, beloofde ik mezelf. Niet wetende dat ik zelfs zou winnen.’

1999 was sowieso zijn jaar. Aansluitend claimde hij ook de hoofdrollen in de City-Pier-City Loop en de 20 van Alphen, en tekende hij voor Nederlandse records op respectievelijk de halve marathon en twintig kilometer. En in de Rotterdam Marathon snelde hij naar 2.10.05 uur, een memorabele race waarin hij de doorgelopen ‘haas’ Kamiel Maase pas vlak voor de finish achterhaalde.

Tot aan de olympische marathon in Sydney in 2000 was er geen vuiltje aan de lucht. Toen ging het faliekant mis. De achillespezen, waar hij achteraf gezien als sinds 1994 mee worstelde, wierpen zich als kwelgeest op. Het ging bergafwaarts en een jaar later kon hij nauwelijks nog een fatsoenlijke stap zetten.

Van Hest zocht aanvankelijk zijn heil in inlegzooltjes, aangepast schoeisel en speciale therapie. Niets hielp. Chirurgen stelden hem voor een dilemma: lange tijd stoppen met hardlopen of onder het mes. Want jarenlange overbelasting had geleid tot een verdikking op de linkerachillespees en littekenweefsel op het rechterexemplaar.

Een operatie en revalidatie volgde. Met succes, zo leek het. Maar de klachten keerden telkens terug, en hij werd tot nieuwe ingrepen veroordeeld. ‘Ik heb vaak een potje gejankt. En de keren dat ik m’n hardloopschoenen in de achtertuin flikkerde en riep dat ik ermee zou kappen, zijn niet op één hand te tellen.’

De loopverslaving won het daarentegen van de frustratie. Van Hest schroefde de ambitie terug (‘De Afrikanen verslaan, zat er niet meer in’), leerde zichzelf te beheersen en in toom te houden. Na een lijdensweg van zo’n negen jaar had hij de lichamelijke ellende achter zich gelaten, was hij uit het doolhof van emoties ontsnapt en werd het plezier hervonden. ‘Ik ging terug naar de basis: het pure genieten kwam voorop te staan.’

Dagelijks probeert hij nog hard te lopen, en als het even kan pikt Van Hest evenementen mee. Zoals de halve van Egmond, waar hij nog altijd aan zijn roemrijke verleden wordt herinnerd. ‘Dat mensen me er op blijven aanspreken, schenkt me voldoening.’

Slaat hij wel eens een dag over, dan is er niet langer het zelfverwijt. ‘Het moeten is er vanaf’, aldus de nu 43-jarige Tilburger, die inmiddels vader is en tegenwoordig in zijn geboorte- en woonplaats een hardloopwinkel runt. Lachend: ‘En ik kan tegenwoordig relativeren. Heb me verzoend met het idee dat het alleen maar langzamer gaat.’

Dit artikel verscheen eerder in Losse Veter magazine 9

LVM09_spreadsencover_770

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>