Louis Delahaije: ‘Bij recreanten is belastbaarheid vaak het probleem’

In het actuele Losse Veter magazine #14 staat een uitgebreid artikel over alternatief trainen. Meerdere onderzoeken wijzen uit dat ongeveer 40 procent van de lopers last heeft van een pijntje tijdens de voorbereiding op een evenement. De meeste lopers zijn zelfs ervan overtuigd dat blessures bij de sport horen. Dat is jammer én onnodig. Denk minder conservatief en omarm alternatieve trainingen. Durf te variëren. Dat is het advies van toptrainers en topatleten aan alle lopers, ongeacht of je recreant of topatleet bent. Louis Delahaije is één van de vijf experts die in het artikel aan het woord komen.

LouisDelahaije_3

Louis Delahaije staat tegenwoordig vooral bekend als de trainer van de Lotto-Jumbo formatie. Zijn pupil Robert Gesink zette dit najaar nog een aantal prachtige prestaties neer in de Vuelta. De Limburger is daarnaast ook nog actief in de triatlon en begon zijn carrière op jonge leeftijd als trainer bij atletiekvereniging Caesar. Hij kent de verschillende duursporten van binnenuit. Delahaije roept al jaren dat lopers eens wat vaker op de fiets moeten stappen.

Als trainer van toptalenten ziet hij in eerste instantie de meerwaarde in de extra trainingsuren die atleten op die manier kunnen maken. ‘Voor een marathon, maar ook bij een 10 kilometer, heb je een verschrikkelijk hoog aeroob vermogen nodig. Dan heb je aan 10 tot 12 uur trainen in de week niet voldoende om de wereldtop te halen. Als je internationaal kijkt naar duursporten, zoals wielrennen, triatlon, zwemmen en hardlopen, zie je dat wielrenners en triatleten meer dan 20 uur per week trainen. Voor hardlopers zou dit neerkomen op zo’n 300 kilometer in de week, maar dat kan niet. De meeste lopers komen tot 170 of 180 kilometer in de week. Dat is 12 tot 14 uur training. Dan heb je nog een gat van 8 tot 10 uur in de week die nog op te vullen zijn. Met fietsen en zwemmen bijvoorbeeld.’

Ook voor recreatieve lopers ziet Delahaije veel voordelen. ‘Bij recreanten is vaak een probleem dat ze op wat oudere leeftijd zijn begonnen en dat daardoor hun belastbaarheid een probleem is. Belastbaarheid bouw je heel langzaam op. Vaak zijn mensen enthousiast, willen teveel en raken daardoor geblesseerd.’ Alternatieve training is dan een uitstekende manier om het enthousiasme de ruimte te geven, zonder het risico van overbelasting. ‘Ik begeleid momenteel een aantal recreatieve lopers op weg naar New York. Die willen ook meteen meer gaan lopen. De belangrijkste oorzaak van blessures is juist een verandering in je training.’

De preventieve werking van alternatieve training wordt volgens Delahaije nog veel te weinig op waarde geschat. ‘Gebruik die alternatieve trainingen als preventie, niet pas als het al fout gegaan is. Je kunt daarmee je trainingsomvang verhogen zonder dat je de belasting verhoogt. Het aerobe systeem kan heel veel aan, alleen je bewegingsapparaat niet. Althans niet met de belasting van het hardlopen.’

Delahaije kent de argumenten om te blijven lopen. Als fanatieke loper is hij zelf ook geneigd ze te gebruiken. ‘Als ik naar mezelf kijk: ik kan een stukje gaan fietsen maar het voelt dan niet zo lekker. Ik loop gewoon graag, ik ben een loper en geen fietser. Het voordeel van fietsen is echter dat je je aerobe systeem heel goed traint zonder de enorme schokbelasting van het lopen. En nogmaals, als je dat heel rustig opbouwt, dan is dat geen probleem. Maar bijna alle problemen ontstaan op het moment dat je pieken in je belasting krijgt.’

Ook een ander veel gehoord argument wordt door Delahaije van tafel geveegd. Veel lopers stellen dat alternatieve training niet voldoende effectief is. Door zijn jarenlange ervaring in de triatlon kan hij dat argument eenvoudig weerleggen. ‘Triatleten zijn heel flexibel. Op het moment dat er een pijntje is, compenseren ze dat door meer te gaan zwemmen of fietsen. Triatleten kunnen met een relatief lage loopkilometeromvang toch ontzettend hard lopen. Als je bijvoorbeeld naar de Brownlee-broers kijkt, die lopen 28:30 op de 10 kilometer. Volgens mij heeft geen enkele Nederlander dat gelopen dit jaar. En zij lopen dat met gemiddeld 90 kilometer in de week. Dat bewijst dat zwemmen en fietsen ook voor lopers heel effectief is. Ik twijfel daar al 20 jaar niet meer aan.’

Tot slot heeft Delahaije ook nog een boodschap voor de trainers. ‘Onbekend maakt onbemind. Veel lopers zijn niet bekend met de mogelijkheden van alternatieve trainingen. Als coach kun je daar richting aan geven. Zeker nu er steeds meer alternatieven komen. Kijk bijvoorbeeld naar de ElliptiGo, die is vrij nieuw. In een vakblad voor coaches stond onlangs nog een onderzoek dat uitwees dat mensen die op de ElliptiGo trainden, net zoveel vooruitgang boekten als mensen die gewoon trainden.’

Wil je blessurevrij blijven in 2017? Hoe kun je alternatief trainen combineren met hardlopen? Het volledige artikel met Bram Wassenaar, Koen Naert, Miriram van Reijen en Andrea Deelstra die hun ervaringen delen en tips geven, is te verkrijgen in winkels als AKOK, Bruna en AH. Nabestellen kan ook.

Add Comment Register



Beantwoord

Connect with:

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>