Promo voor 400m horden in eigen land

Voorbeschouwing 400m horden: Goud, zilver en brons voor Muhummud, Russell en Doyle-Child? [Door: Betty Hofmeijer]

Net als bij de mannen het geval was is het jammer te moeten vaststellen dat er ook geen Nederlandse vrouwen op de startlijsten van de 400m horden in Rio voorkomen. Wie de startlijsten heeft gezien, zag dat net als in eigen land, verschillende deelneemsters aan de 400m horden vanuit andere disciplines (zoals 400meter, meerkamp en korte horden) pas later, als een soort 2e keus, hun geluk beproeven op de lange horden. Een recent en bijzonder voorbeeld is dat van de inmiddels bijna 35-jarige Italiaanse Marzia Caravelli. In 2014 kwam ze, na een internationale 100m horden carrière van een jaar of 8 nog tot een tijd van 12.98s. In dat jaar stond ze tevens in de halve finale van het EK in Zürich en in 2012 nam ze in Londen ook voor het eerst deel aan de Olympische Spelen. Nu maakt ze met een persoonlijke besttijd van 55.69, in haar tweede lange horden jaar, ook haar Olympische debuut op dit hordenonderdeel in Rio.

Een ander voorbeeld is dat van de thans 26-jarige Zwitserse Léa Sprunger. In de periode 2007-2011 was ze voornamelijk actief als een verdienstelijk meerkampster. Meer en meer kreeg hierna de 200m haar aandacht om pas de laatste 2 jaar echt actief te zijn op de 400m horden. Haar belangrijkste wapenfeit op dit onderdeel: 3e op het EK in Amsterdam in 55.41 en een pb in juni jl. van 54.92.

Twee voorbeelden die duidelijk maken dat er nauwelijks een atletiekdiscipline is waarop het zo snel kan gaan als op de 400m horden. Het is in die zin een serieuze uitnodiging aan m.n. vrouwelijke meerkampers, 100m horden en 200/400m atletes en hun trainers in ons land om een switch te overwegen naar de hele ronde met hekken. En deze uitnodiging geldt zeker ook voor trainers van jonge junioren om dit onderdeel niet over het hoofd te zien en het tot een wezenlijk onderdeel van het trainingsprogramma te maken! De lange horden is een discipline waarmee nu nog (de concurrentie wordt naar mijn inschatting steeds groter) relatief eenvoudig internationaal gescoord kan worden. Maar is ook een onderdeel waar met veelzijdige en gevarieerde trainingen veel trainingsplezier en voldoening opgedaan kan worden. Wellicht valt er dan binnen afzienbare tijd af te rekenen met het begrip “onbekend maakt onbemind” en staan er gewoon weer Nederlandse atletes (en bij voorkeur ook atleten) op een internationaal (jeugd)toernooi op de lange horden!

Nu na het breken van deze lans voor de 400m horden in eigen land, de 400m horden voor de vrouwen in Rio.

Wie zijn de grootste kanshebsters voor het erepodium? Om de Amerikaanse Dalilah Muhammud kunnen we dan niet heen. Tijdens de Amerikaanse Trials was zij de snelste in een nieuw persoonlijk record van 52.88. Met deze tijd, waarmee ze haar oude pr met bijna een seconde verbeterde, nestelde ze zich ook op plek 1 van de wereldranglijst 2016. Ervaring heeft Muhammud ook, gelet op o.a. haar 2e plek op de WK in Moskou in 2013. Daar was de Tsjechische Suzanna Hejnova de winnares net als op het WK in Beijing in 2015. Echter helaas, ik ben groot fan van haar, de nummer 3 van de OS in Londen heeft te kampen (gehad) met fysieke malheur en lijkt het met een sb van 55.69 jammer genoeg aan de juiste vorm te ontbreken.

Wie zijn er nog meer? Goede papieren hebben Oluwakemi Adekoya uit Bahrein en Ashley Spencer uit Jamaica. Beiden hebben, daar gaan we weer, 400m roots (Adekoya combineert in Rio beide onderdelen en is wellicht zelfs finaliste) en werden op de WK indoor in Portland in maart jl. resp. 1e en 2e op deze afstand. Adekoya kwam op de 400m horden vorig jaar tot 54.12 en Spencer is in haar eerste 400m horden jaar met 54.02 direct al kanshebster voor een hoge klassering. Een medaille zit er overigens denk ik voor geen van tweeën in; te vaak verslikt zich iemand met weinig hordenervaring op één van de eerste of op één van de laatste horden. Maar….je weet nooit en ook hordenervaring is geen garantie voor succes.

Neem de Britse Eilidh Child, zich tegenwoordig vanwege haar huwelijk Eilidh Doyle-Child noemend, heeft heel veel hordenervaring en laat zich nog steeds bij haar laatste horden verleiden tot dribbelpasjes. Zo zonde Eilidh; lukt het je om te blijven doen wat je doen moet en op dat moment niet te denken aan die medaille…als dat je lukt is de kans inderdaad groot dat je er ook ééntje wint en verbeter je ongetwijfeld ook nog eens ruim je huidige persoonlijk record van 54.09! Wat zou dat geweldig zijn; na een 5e en een 6e plek op de WK’s in 2013 en 2015 een medaille op de OS in Rio. Waarschijnlijk mengt zich ook de Europees Kampioene van Amsterdam 2016 (waar Child ontbrak), de Deense Sara Slott Petersen in die strijd. Zij was 4e op de WK in Beijing in 2015 en aast zeker ook op een medaille met Olympische statuur.

Zijn alle kanshebsters voor de eindstrijd nu aan bod geweest. Dat niet, er zijn er nog wel een paar. Om te beginnen de jongste uit het veld. De Amerikaanse Sydney Mclaughin, geboren op 7 augustus 1999 en dus net 17 jaar. Sydney werd 2e op de Amerikaanse Trials in 54.15 en is zeker iemand om in de gaten te houden. Dat geldt ook voor Wenda Nel die op het WK in Beijing in 2015 in een pr tijd van 54.37 7e werd. Dit seizoen bracht ze een seasons best van 54.47 op de klokken en lijkt dus nog een sprongetje te kunnen maken.

Last but not least dan nog een atlete die naar mijn idee nadrukkelijk op de medaillebel drukt; Janieve Russell uit Jamaica. Een duizendpoot met dit jaar zeer aansprekende persoonlijke besttijden op de 400m zonder en met horden van resp. 51.17 en 53.96.

Donderdag 18 augustus, even over 03.15 uur: zal dan het erepodium er uitzien met goud voor Dalilah Muhammud, zilver voor Janieve Russell en brons voor Eilidh Doyle-Child? Live zien en beleven is natuurlijk het mooist!

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

  • paul wernert

    Mooiste voorbeeld, wat mij betreft in meerdere betekenissen, van zo’n switcher lijkt mij Irina Privalova. Meervoudig medaillewinnares op de sprintnummers, maar op het allerhoogste niveau van de Olympische Spelen net tekortschietend en dan in 2000 Olympisch kampioene op de 400 m horden met 53,02.