Kunstmatige zoetstoffen doen meer dan je denkt

Als er één product is dat in 2014 hevig onder vuur heeft gelegen, dan is het suiker. Meer nog dan een teveel aan vet, zou een overmaat aan suiker ten grondslag liggen aan diverse metabole ziekten (diabetes type 2, overgewicht, hoge bloeddruk). Wie er goed aan denkt te doen suiker te vervangen door kunstmatige zoetstoffen komt echter bedrogen uit. Dit soort zoetstoffen lijkt namelijk een onverwachte invloed te hebben op je lichaam.

optimel zoetstoffen

Door: Miriam van Reijen

Light yoghurt, frisdrank en saus
Kunstmatige zoetstoffen met weinig tot geen calorieën werden ongeveer een eeuw geleden geïntroduceerd. Ze waren goedkoop, zouden niet bijdragen aan gewichtstoename en geen invloed hebben op je bloedsuikerspiegel. Een aantal zoetstoffen werd al snel na de introductie veilig bevonden en goedgekeurd voor de markt. Deze goedkeuring wordt om de zoveel tijd herzien. De laatste keer was in 1995. Producten die minimaal 33% minder suiker, vet of energie bevatten dan producten uit dezelfde productgroep mogen de term ‘light’ gebruiken. Vaak is deel van het suiker in deze producten vervangen door kunstmatige zoetstoffen. Zo is er light frisdrank, yoghurt, ontbijtgranen, toetjes en zijn er zelfs light tomatensauzen.

Zoetstoffen in je lichaam
De meeste zoetstoffen komen onverteerd in aanraking met de darmbacteriën. Recent onderzoek laat steeds vaker zien hoe cruciaal deze bacteriën zijn bij het reguleren van allerlei lichaamsprocessen: onder andere je weerstand en je gewicht worden bepaald door de hoeveelheid en soort bacteriën in je darmen. Een verandering van je darmpopulatie kan hierdoor veel invloed hebben op je gezondheid.

In een recente studie werd gekeken wat de invloed van zoetstoffen is op deze darmpopulatie. In de studie kregen drie groepen muizen 3 verschillende kunstmatige zoetstoffen toegediend: aspartaam (E951), sacharine (E954) en sucralose (E955). Als controle waren er drie andere groepen muizen waarvan 1 groep alleen water kreeg, 1 groep alleen glucose en 1 groep alleen sucrose. Na elf weken was er in de controlegroep geen verschil opgetreden in de glucosetolerantie. Glucosetolerantie zegt iets over de mate waarin het lichaam in staat is glucose te verwerken. Mensen met een verminderde glucosetolerantie zijn minder goed in staat glucose (en dus koolhydraten) uit de bloedbaan te verwijderen. Een verminderde glucosetolerantie is een risicofactor voor diabetes type 2 en overgewicht. In de drie groepen die de zoetstoffen hadden gekregen was er echter glucose-intolerantie ontstaan. Dit effect was het grootst in de groep die sacharine had gekregen. Deze glucose-intolerantie leek veroorzaakt te worden door een verandering in de darmpopulatie. Wanneer de muizen microbiotica (preparaten met levende darmbacteriën) kregen, tegelijk met de zoetstoffen, ontstond er geen verandering in de darmpopulatie. En wanneer de darmpopulatie van de muizen op zoetstoffen werd overgedragen aan muizen in de controlegroep ontwikkelden die spontaan glucose-intolerantie. Maar dit onderzoek betrof dus muizen.

En bij mensen?
Om te kijken of hetzelfde effect bij mensen ontstaat werd er gekeken naar het levenspatroon van 381 niet-diabetische volwassenen. In deze groep werd een duidelijke relatie gevonden tussen de inname van zoetstoffen en signalen van metabole aandoeningen zoals: een hoger BMI, een grotere middelheupverhouding, een hogere

glucoseconcentratie en verminderde glucosetolerantie. Om te kijken of er daadwerkelijk sprake was van oorzaak-gevolg, werd vervolgens een kleine groep van 7 volwassenen, die normaliter geen zoetstoffen innamen, een week op een dieet gezet met een hoge inname van zoetstoffen (5 mg per kilogram lichaamsgewicht, dit komt neer op ruim 3 liter frisdrank). Zelfs in de korte periode van een week ontwikkelden 4 van de 7 deelnemers een lichte vorm van glucose-intolerantie. Bij deze vier deelnemers waren er duidelijke verschillen waarneembaar in de darmpopulatie.

Conclusie
De inname van bepaalde zoetstoffen (met name sacharine) kan invloed hebben op de populatie bacteriën in je darmen. Dit kan als gevolg hebben dat er glucose-intolerantie ontstaat, het voorstadium van diabetes. Deze effecten treden al op na het consumeren van zoetstoffen gedurende een paar dagen. Met name de zoetstof sacharine lijkt dit effect te veroorzaken. Sacharine vind je onder andere in light frisdrank, light toetjes en zuiveldranken.

Bron:
Suez J et al 2014. Artificial sweeteners induce glucose interolerance by altering the gut microbiotica. Nature 514: 181-198

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

  • mariska kramer

    Ingrid, stevia is geen kunstmatige zoetstof. En bewerkte stevia? “Onbewerkte stevia” is gewoon een plant. Die heb ik nog niet in voedingsmiddelen ontdekt.

    Interessant onderzoek, echter: het is 1 onderzoek. Vraag is hoeveel vaststaande conclusies je daaraan verbinden kan en mag?