Column Erwin van Diemen: Paul Zwama

13-10-2013 Eindhovenmarathon Eindhoven Nederland Atletiek   Foto: Kees Nouws -

Nederlandse atleten die in Amerika studeren en uitkomen voor een universiteit neem ik als topsporter niet serieus. Universiteiten hebben voor de sporter geen langetermijnplanning. Voor hen is een studerend hardlooptalent een gebruiksvoorwerp dat ze inzetten voor prestigieuze wedstrijden tegen andere universiteiten. De atleet ziet het studeren en sporten in een ver land als een avontuur, een mooie ervaring voor de rest van zijn leven. Niet de juiste instelling voor een topatleet. Net als de sportprestaties hebben ook de diploma’s in Europa ook nog eens weinig aanzien. Een dubbele verliessituatie.

Paul Zwama en Susan Kijken maakten goede sier voor de University Maryland en Florida State University in wedstrijden tegen andere universiteiten. Wij in Nederland snappen niets van deze onderlinge competities. En dat je voor het sporten ook nog eens een beurs krijgt. Een basketbalwedstrijd tussen de Erasmus Universiteit en de TU in Delft, geen hond zou ernaar komen kijken terwijl ze in Amerika gerust een stadion vol krijgen met een wedstrijd tussen twee topuniversiteiten.

Paul Zwama was voor mij zo’n atleet uit Amerika waarover ik af en toe een klein bericht las en dacht: ‘Mwah, leuke tijd gelopen.’ Zijn naam riep niet iets speciaals op. Susan is pas een betere atlete geworden en echt in de picture gekomen toen ze haar universiteitsleven in Amerika achter liet. Paul moet haar voorbeeld volgen.

Paul Zwama is na de marathon van Eindhoven voor mij veranderd van een nietszeggende atleet tot één van mijn favoriete Nederlandse langeafstandlopers. In de tenniswereld wordt gemopperd dat ze figuren zoals John McEnroe en Jimmy Connors missen. Tennissers waarvan je wist dat er iets kon gebeuren op de baan of in een persconferentie. In het langeafstandlopen missen we ook al decennia lang extroverte atleten. Als je de Nederlandse toplopers op de lange afstand van nu of vroeger kent weet je dat ze heel aardig zijn, maar er gebeurt zelden iets spannends in en rondom een hardloopwedstrijd.

Paul is anders. Hij heeft humor, daagt uit, houdt ervan anderen te dollen, is ad rem en kan mooi vertellen. Hij keek na een vraag tijdens de persconferentie in Eindhoven, hangend over het spreekgestoelte, vol zelfvertrouwen de zaal in, alsof hij een toespraak hield. Paul had zijn zilveren medaille van het NK nog om zijn nek hangen. Maandag zou hij hem aan iedereen showen. Had hij nog op de basisschool gezeten dan ging de medaille bij het kringgesprek de klas rond.

Op de vraag hoe hij zich voelde antwoordde hij: ‘Euforie houdt mij hier staande’. Niks geen cliché na de meest gestelde vraag aan een sporter. Later zei hij: ‘Ik heb het plezier in hardlopen weer teruggevonden, dat was ik lang geleden onderweg kwijtgeraakt en ik heb het in mijn jaszak teruggevonden’. Een andere uitspraak die Paul op Losse Veter uitte was: ‘Werkloos zijn is een perfecte marathonvoorbereiding.’ Met enkele zinnen vertelt hij een heel verhaal waar ik meer van wil weten.

In het vervolg van de persconferentie vertelt Olfert Molenhuis, de nummer drie van het NK, over zijn teleurstellende marathon. Bij de vraag ‘wat nu?’ is er vertwijfeling bij Olfert. Hij had geen rekening gehouden met het feit dat hij boven de 2.18 ging lopen en zich niet zou kwalificeren voor het EK. ‘Volgende week Amsterdam Olfert,’ onderbreekt Paul hem ad rem. Als de nummer één van het NK, Patrick Stitzinger, zijn beklag doet over de falende haas en hij oppert voortaan een eigen haas mee te nemen, steekt Paul vanuit de zaal zijn vinger op. Hij biedt zich aan. Het humeur van Patrick schiet zienderogen omhoog na de spontane opmerking van zijn collega. Het had een chagrijnige persconferentie kunnen worden met het slechte weer, de mindere prestaties en de slechte haas. Paul boog het om en redde in zijn eentje de persconferentie in Eindhoven.

Ik ben blij dat Paul teruggekeerd is naar Nederland. Hij gaat de komende jaren de grote nationale wedstrijden kleur geven. Paul is een interessante persoonlijkheid. Daarnaast hoop ik dat in zijn jaszak, naast het teruggevonden plezier, een grote dosis topsportmentaliteit zit.

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

  • “Wij in Nederland snappen niets van deze onderlinge competities”.

    De auteur in ieder geval ook niet. Voordat u schrijft dat u mensen die voor een college uitkomen in de VS niet serieus kunt nemen, zou ik eerst eens even een lijstje maken met Nederlandse atleten die die kant op zijn gegaan en hoe die weer terug zijn gekomen. Dan vrees ik toch dat het beeld drastisch bij gesteld moet worden. En dan heb ik nog niet eens over het algehele niveau in de NCAA, in het bijzonder in de first division. Dat niveau komt toch aardig dicht bij de EK en gaat er bij de sprintnummers dik overheen……

  • Leuk stuk Erwin, ik zie er ook naar uit Paul te zien in de Nederlandse wegatletiek!. Ik ben het verder tevens met je eens dat de meeste amerikaanse universiteiten gericht zijn op korte termijn presteren. Waar ik verschil van mening is bij het automatisch afschrijven van het gehele universiteits systeem in de VS als niet serieus voor topsporters.

    Namen als Kamiel Maase en Marko Koers komen bij me op. En om nog maar niet te spreken van alle amerikaanse atleten die allemaal in het Universiteits-systeem hebben gelopen: Dathan Ritzenhein, Matt Tegenkamp, Chris Solinsky, Galen Rupp, Matt Centrowitz, Bernard Lagat, Ryan Hall, Jenny Barringer-Simpson om er een paar te noemen. Er liepen dit jaar 40 amerikanen onder de 3.40 op de 1,500m, en 10 onder de 3.35. (alle 40 hebben in het universiteits systeem gelopen)- hoeveel Nederlanders?

    De truuk is in mijn opinie is niet het systeem af te schrijven, maar de sterke kanten van het systeem te gebruiken. Bijvoorbeeld het altijd trainen in een groep, of het hebben van training en opleiding op dezelfde lokatie zijn waardevolle factoren. Ik nodig je bij deze uit hier bij onze universiteit hier in Flagstaff (waar ik woon en werk) te komen kijken en een grote NCAA wedstrijd bij te wonen. Vorig jaar liep een van de atleten van onze lokale Universiteit 13.15 op de 5km (Diego Estrada). Ik zal hem vragen of hij zichzelf serieus neemt als topsporter.

  • En oh ja, omdat dit stuk over Paul was en niet over de VS, prachtig eind van het stuk! Want Paul heeft inderdaad een geweldige sportmentaliteit in zijn jaszak zitten- een enorme capaciteit om hard te werken. Ik kan niet wachten te zien wat hij kan met een echt goede voorbereiding (en om te genieten van de persconferentie erna natuurlijk).

  • Beste Erwin,
    Bedankt voor je column…ik zit hier met tranen op de wangen van het lachen. Ik ken Paul al een jaar of 13 en ervaar het als fijn dat ook anderen kunnen genieten van zijn puurheid. Ik zie hem al gaan op die persconferentie. haha
    Ook ik vind je de start van de column nogal een invulling. Maargoed, ik snap dat je een sprinkplank nodig had om je verhaal extra kracht bij te zetten tot een euforisch einde. Of ligt het anders?
    Ja, Paul is een topsporter, maar zal nooit wereldtop worden. Meer dan dat is hij een topmens. Waarom? Omdat hij zijn hart volgt. En zijn hart bracht hem in Amerika en nu in Nederland. Zijn lach brengt jouw vreugde, met als gevolg jouw column, met als gevolg mijn lach met tranen op de wangen. Mede daarom kan je nooit cynisch zijn over iemands route. De belangrijke vraagt rijst nu, waarom ben je zo cynisch over de route amerika? Of is deze vraag te cynisch? Onthou, ik schrijf dit stuk met een lach op mijn gezicht. Thanks for being!