Alberto Salazar en Guido Hartensveld in gesprek over het belang van teams

Alberto Salazar, voormalig marathonloper en tegenwoordig trainer van onder andere Galen Rupp en Mo Farah, stond een aantal jaren geleden aan de wieg van het Nike Oregon Project. Dit project had tot doel het Amerikaanse lange afstandslopen weer mee te laten tellen in de mondiale atletiek. Naast de faciliteiten die het project ter beschikking kreeg was een van de belangrijkste voorwaarden van Salazar om een groep atleten van gelijk niveau bij elkaar te krijgen en ze samen te laten trainen. Dat is nog steeds een kernwaarde van de filosofie achter dit project.

In Nederland was Guido Hartensveld met Team Distance Runners de eerste die deze teamgedachte nieuw leven inblies. Daarom besloten we hem te benaderen om Salazar te ondervragen over het belang van deze teams en de toekomst van het lange afstandslopen in Europa. Dit gesprek werd vorig jaar rond deze tijd opgenomen maar heeft nog niets aan betekenis ingeboet.

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

  • Prima idee om dit interview/vraaggesprek te publiceren.
    Ben het helemaal met Alberto eens, dat je goede atleten met elkaar moet laten trainen, dan verhogen ze elkaars niveau. Zo’n goede voedingsbodem, omringt met faciliteiten op het gebied van voeding, kracht, fysiotherapie e.d., zorgt ervoor dat door het team de atleten beter, dus sneller worden. Jammer dat reguliere atletiekverenigingen dat met hun alleenstaande talenten niet altijd snappen. Het belang van de atleet/atlete staat immers voorop.
    En kunnen we ooit (2016?) de competitie met de Oost-Afrikanen aan.

  • Mooi interview. We passen in NL dit concept natuurlijk ook al jaren min of meer toe in teams als TDR, URT, 4mijl, sevenhills, Papendal enz, maar echt mondiaal goed mee doen blijft toch lastig. Naast deze teams weten toch ook een aantal atleten bij atletiekverenigingen een NL topniveau te bereiken.
    Ook niet vergeten dat als in Amerika een hand vol atleten de modiale top halen, hoeveel zouden wij er in ons landje dan statistisch voort moeten brengen? Ben toch bang dat de spoeling altijd wat dun zal blijven in NL, wat niet wegneemt dat we er alles aan moeten doen om per atleet de juiste weg te bewandelen.

  • Ruben Jongkind

    Interessant interview, hoewel ik met een aantal cruciale punten oneens ben, vind ik de ‘brein’ stimulus van peer learning een belangrijk argument pro groepstraining. Op het moment dat Salazar begint over het verzachtende effect van groepsmotivatie in geval van blessures, haak ik wel af. Zeker omdat hij verderop praat over ‘alle beslissingen moeten genomen worden door de structuur en niet door de atleten’, ofwel de atleet is een robot. Stop er 200 km per week in, goede voeding, goede begeleiding op medisch gebied en krachtgebied en er rolt tijd T uit. Grappige is dat hij het vergelijk maakt met topvoetbal. van de week toevallig met een van neerlands beste voetballers ooit een tijd hierover gefilosofeerd en hij gaf juist aan dat het er veel te veel gestructureerd getraind en ontwikkeld wordt en dat dat slecht is voor de creativiteit/ probleemsoplossend vermogen van atleten. Volledig mee eens en dit argument is goed onderbouwd in neuropsychologisch onderzoek (zie daarvoor Bailey et al. 1993, age of peers and early childhood development). Ik kan de groepsfilosofie ook interpreteren als: als we nu de beste atleten verzamelen en die heel hard laten trainen, dan vallen er natuurlijk veel af, maar er blijven er vast een paar hele goede over en die presteren dan internationaal en dan hebben we het goed gedaan. En tja die zwaar geblesseerden of mentaal uitgewoonde afvallers daar weet straks toch niemand meer wat van… Laten we eens onderzoeken hoeveel Oost Afrikaanse talenten op deze manier door het afvoerputje gespoeld worden… Bottomline: er zit m.i. veel goeds in een groepsaanpak, maar je hebt als coach de ethische plicht de schaduwzijde ervan nooit te negeren.

  • Guido Hartensveld

    @ Ruben,
    Voordat er een discussie ontstaat die een bepaalde kant op gaat, wil ik graag een aantal dingen verduidelijken:
    1. Zo vaak als mogelijk probeer ik kansen te creëren en te benutten om top coaches te ontmoeten. AlSal was nu de 2e keer. De insteek was wat mij bereft niet om een “team” versus “individu” dicussie op te starten
    2. Uiteindelijk gaat het altijd om het individu. Simpelweg omdat er anders geen success behaald wordt. Simple: 10 medailles worden niet behaald door een algemene aanpak met 15 atleten, maar met een aanpak die gericht is op de verschillende individuen.
    3. De atleet staat altijd centraal, daar waar het sportieve aspecten bereft. In jou termen: de atleet is de klant. Maar wat AlSal zegt is dat zijn ervaring is dat je niet te veel beslissingen aan de atleet zelf moet overlaten ivm met de emoties en verborgen agenda’s die een rol spelen. Zijn sportpsychologische experts onderschrijven dit.
    4. Onze rol is: coach, trainer, gids, mentor, innovator, motivator etc. Diverse rollen bij diverse atleten op verschillende momenten. Atleet staat centraal. Maar mbt de zo belangrijke “supportive staff”: die kan simpelweg niet door de individual atleet worden opgebracht. Zal ook wel jou ervaring zijn met Apprendo.
    5. M.b.t. de “afvallers”: dit zijn er overall gewoon enorm veel. De potentiële afvallers kosten ook veel tijd, maar mijn ervaring is dat hier nu JUIST de verantwoordelijkheid bij de atleet zelf ligt. Intrinsieke motivatie kun je niet aanleren, hooguit aanwakkeren.
    6. Succes is heel meetbaar. In USA lag alles op z’n gat eind jaren ’90 / begin 2000. Een sterk schoolsysteem met voldoende aanvoer was er altijd al. Het verschil is nu de structurele aanpak daarna. Op lokaal nivo (NH) zijn er ook aantoonbaar meer medailles gewonnen dan voor TDR zeg ik in alle bescheidenheid.
    7. Je komt met een onderzoek over “early childhood”. Het gaat AlSal om atleten van pakweg top 100 van de wereld naar top 10 te brengen. De Ajax-jeugdopleiding is een heel ander nivo en vooral een andere leeftijd
    8. Het is zoals AlSal zegt inderdaad een “ongoing process”. De coach moet er heel dicht opzitten, omdat de situatie steeds weer anders is. Dat moet jou toch aanspreken. Creativiteit speelt bij marathonlopen een minder belangrijke rol dan bij voetbal. Atleten moeten gewoon optimaal voorbereid aan de start zijn. En tijdens de race zelf beslissen. Daarom lopen we ook zonder oortjes;)

  • Ruben Jongkind

    @Guido
    Met je eens. Creativiteit en zelfsturend vermogen zijn in de race wat mij betreft ook van groot belang, maar je hebt gelijk dat dit veel minder een rol speelt tijdens atletiekwedstrijden dan tijdens bijv basketbalwedstrijden. Voor atleten zit het m meer in tactische en technische onderdelen. Maar ik doel meer op het meta niveau: het gaat namelijk steeds om keuzes en het leren van die keuzes. Het stimuleren van het kunnen nemen van eigen beslissingen vind ik erg belangrijk. Vooral voor jeugd, want daar zit natuurlijk voor ons de toekomst. Niettemin geldt dit ook voor jong volwassenen en volwassenen: het brein blijft zeer plastisch, dus trainbaar!
    Verder vind ik jullie initiatief zeer nuttig, succesvol en onmisbaar in de professionalisering van de looponderdelen in de atletiek in Nederland. ‘Dit interview geeft mij weer input om na te denken over mogelijkheden in de ontwikkeling van de atleten waar ik mee werk. Dus keep it up!