Gene Janssen vecht voor erkenning

Toen Gene Janssen in 2000 in het ziekenhuis Roermond begon met een afdeling sportgeneeskunde, was dat een primeur voor Limburg. Tien jaar later vecht de 61-jarige sportarts nog altijd voor erkenning van zijn vak.
Gene Janssen en de Nederlandse ziekteverzekeraars zijn niet de beste vrienden. De 61-jarige sportarts vindt het onbegrijpelijk dat sportgeneeskunde nog altijd niet in het basispakket zit. Dat mensen worden aangemoedigd om meer te bewegen voor een goede gezondheid is prima, zegt Janssen. Meer bewegen, betekent echter ook meer risico op overbelasting en blessures. „Doordat sportgeneeskunde niet in het basispakket zit, blijven mensen veel langer rondlopen met blessures dan nodig is. In het beste geval gaan ze naar de fysiotherapeut totdat hun verzekering is opgesoupeerd. Als ze daarna nog niet fit zijn, zullen ze in veel gevallen acuut stoppen. Wat heb je dan uiteindelijk bereikt? We zetten mensen op de trein, maar duwen ze er ook meteen weer vanaf. Het is de plicht van de verzekeraars om te zorgen voor een goed vangnet”, berijdt Janssen zijn stokpaardje.

Het is niet voor het eerst dat de sportarts uit Hoensbroek de alarmbellen luidt en het is vermoedelijk ook niet de laatste keer. Toch heeft Janssen niet de illusie dat hij met zijn aanklacht het verschil zal maken. „In de wandelgangen krijg ik veel bijval, maar als puntje bij paaltje komt, gebeurt er weinig. Het is allemaal politiek, maar daar leg ik me niet bij neer. Ik zal me blijven roeren.” Voordat hij in 2000 begon in het Laurentius Ziekenhuis in Roermond had Janssen al een opmerkelijk parkoers afgelegd. Als afgestudeerd chemicus werkte hij in de jaren tachtig van de vorige eeuw nauw samen met professor Harm Kuipers. Aan Universiteit Maastricht deden beiden onderzoek naar de effecten van zware sportprestaties op het lichaam. In 1989 promoveerde Janssen op een marathonproject.

Toen hij begin jaren negentig werd wegbezuinigd, begon hij aan een studie medicijnen die later gevolgd werd door een studie sportgeneeskunde. Tussendoor was hij bondscoach van de Nederlandse marathonequipe en stond hij in voor de medische begeleiding in de Word-Perfect wielerploeg van Jan Raas. Een Atlas-project (voorloper van het huidige Start to Run) voor beginnende hardlopers effende in 2000 het pad voor een praktijk in het Sint Laurentius Ziekenhuis in Roermond. „Omdat ik mijn deelopleiding orthopedie in Roermond had gedaan, kende ik er een aantal mensen. Toen ik voorstelde om de testen van dat Atlas-project in het ziekenhuis te doen, was de directie akkoord. Ik kreeg faciliteiten, maar voor een inkomen moest ik zelf zorgen. Dat is nog altijd zo. Ik leef grotendeels van sportmedische keuringen en consulten.”Met lede ogen constateert Janssen dat de sportgeneeskunde in Nederland zich in tien jaar tijd nauwelijks heeft ontwikkeld. Sterker: hij verbaast zich geregeld over de aanpak van collega’s. Met name op de werkwijze van de zogeheten (Top)sport Medische Adviescentra (SMA) is volgens de sportarts nogal wat aan te merken. „Sportmedische testen zeggen iets over je gezondheid, maar niks over je conditie. Sportartsen die mensen op basis van een fietstest trainingsadviezen geven, zitten lucht te verkopen. Het levert geld op, maar aan deze vorm van volksverlakkerij doe ik niet mee.”De definitie van ‘conditie’ luistert volgens Janssen veel nauwer dan een aantal van zijn collega’s wil doen laten geloven. „Conditie is een combinatie van coördinatie, motoriek, snelheid, uithouding en kracht. Bij het leveren van prestaties spelen ook techniek, mentale instelling en tactiek een belangrijke rol. Zelfs in de topsport ziet men dat niet genoeg onder ogen.”

Over het amateurisme in het prof-voetbal wil Janssen het niet eens hebben. Zorgwekkender vindt hij de fouten die bij schaatsploeg TVM zijn gemaakt. „Paulien van Deutekom en Ireen Wüst zijn niet zomaar overtraind geraakt. Het kan niet anders of een aantal belangrijke parameters is over het hoofd gezien. Bij een team dat zichzelf professioneel noemt, zou zoiets niet mogen gebeuren. Dat Wüst toch goud won op de Winterspelen is, hoe mooi ook, een toevalstreffer. Dat heeft niks met planmatig trainen te maken”, oordeelt Janssen, die behalve wielerprof Roy Curvers ook de volleybalvrouwen van VC Weert begeleidt. Janssen heeft niet alleen een mening, hij schroomt niet ze ook te verkondigen. „Ik ben geen betweter. Iedereen mag me met argumenten van het tegendeel proberen te overtuigen.”

bron: Limburgs Dagblad
Tekst: Patrick Delait

Beantwoord

Het is toegestaan de volgende HTML tags en attributes te gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>